Informatie voor het bibliotheeknetwerk

De bibliotheek in het culturele veld

Laatst bijgewerkt: 30 april 2020
De bibliotheek valt binnen de culturele sector – een sector die te kampen heeft met een toenemende krimp. Ook de letterensector wapent zich hiertegen met verschillende initiatieven, die zich richten op meer innovatie en diversiteit.
Inhoudsblok
Body

Domeinen van de culturele sector

De culturele sector valt onder te verdelen in verschillende domeinen. De vierde editie van De Staat van Cultuur, de Cultuurindex van de Boekmanstichting, maakt onderscheid tussen de volgende branches: letteren, film, beeldende kunst, theater, muziek, erfgoed en museum. Volgens dit onderzoek spelen in al deze sectoren verschillende zaken, maar vallen ook cultuursectorbreed bepaalde tendensen te ontwaren. Zo vindt in ieder van deze branches een zoektocht plaats naar een cultureel aanbod dat voor iedereen toegankelijk is, en dat door een divers publiek wordt geconsumeerd. Ook staat in de culturele sector een beter begrip van de beroepspraktijk centraal (Brom et al., 2019).

Cultuur als uitgavenpost voor gemeente

De gemeente gaf in 2017 zo’n 3 miljard euro uit aan cultuur; voor alle gemeenten samen stond de teller op 1,7 miljard (Schrijen et al., 2019). Per inwoner spenderen overheden gemiddeld zo’n 175 euro aan culturele voorzieningen – fors minder dan de 200 euro die in België wordt gereserveerd, of de 335 euro in Denemarken. Het aandeel van cultuur en media in de rijksbegroting daalt al jaren systematisch: van 1,06% in 1993 naar 0,75% in 2017. De negen grootste gemeenten plus de overige gemeenten die binnen een Cultuurconvenantsregio 2017-2020 vallen, geven jaarlijks gemiddeld zo’n 7,7 miljoen uit aan bibliotheken. Dit is iets meer dan de 6,9 miljoen euro die deze gemeenten gemiddeld spenderen aan musea en historische archieven, en veel meer dan de 1,1 miljoen die zij gemiddeld reserveren voor cultureel erfgoed.

Gemeentelijke uitgaven aan cultuur per taakveld (in miljoenen euro’s)

 

Cultuurpresentatie, -productie en -participatie

Musea en historische archieven

Cultureel erfgoed

Bibliotheken

Lokale pers en omroep en overige media

Totaal aan cultuur

Amsterdam

133,7

10,7

1,8

26,2

3,8

125

Rotterdam

75,2

25,9

0

18,9

0,5

120

Den Haag

43,8

20

0

23,2

1,5

89

Utrecht

41,1

11,2

7

12,1

0,7

72

Arnhem

10,9

4,4

0

5,7

0,1

21

Eindhoven

19,5

6,2

0,5

3,3

0,5

39

Enschede

13,5

1,9

2,7

0

0

18

Groningen

23,8

6,2

0,8

5,6

0,6

37

Maastricht

15,1

0,6

2,1

5,9

0,4

24

Gemiddeld

41,8

9,7

1,7

11,2

0,9

60,6

Bron: Ministerie van OCW, 2018.

Minder betaalde consumptie van cultuur

De culturele sector kampt met een gemeenschappelijk probleem: de teruglopende betaalde consumptie van cultuur. Het aantal theaterbezoeken loopt terug en films, muziek en e-books worden via illegaal gedownload of onderling digitaal uitgewisseld. Hierdoor lopen de makers inkomsten mis. Dat geldt ook voor de letterenbranche, waaronder de bibliotheek valt, samen met onder andere boekhandels en uitgeverijen. Zij kampen met hetzelfde probleem: de toenemende ontlezing, samengaand met een zich immer doorzettende stijging van het aantal laaggeletterden. Waar bibliotheken een teruggang in het aantal fysieke uitleningen zien, neemt de boekhandel een terugloop in het aantal verkochte boeken waar. In 2015 en 2016 steeg het aantal verkochte boeken weliswaar van 37,6 miljoen naar 41 miljoen, maar in 2017 en 2018 bleef deze afzet vrijwel gelijk. Deze was daarmee nog altijd fors minder dan de ruim 50 miljoen boeken die in 2008 verkocht werden (KVB Boekwerk, 2019a). Dit heeft ook grote invloed op het aantal auteurs dat van het schrijverschap kan leven: momenteel zijn dat er in Nederland slechts een kleine 150 (KVB Boekwerk, 2019b). Dat komt niet alleen door de afnemende inkomsten uit royalty’s, maar ook door dalende inkomsten uit leenrecht door een toenemend aantal illegale downloads van e-books en de krimpende vraag naar auteursoptredens (Peters & Van Strien, 2019).

De bibliotheek in het culturele veld: laagdrempelige kennismaking

Al sinds 2005 vervullen openbare bibliotheken een beschermde positie in het culturele veld. Toen werd de Richtlijn voor basisbibliotheken opgesteld door de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (VOB & VNG, 2005). De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), die op 1 januari 2015 in werking trad, bestendigde die positie: deze wet stelt dat bibliotheek mensen moet ‘laten kennismaken met kunst en cultuur’ (Wsob, 2015). Uit deze formulering blijkt direct de positionering van bibliotheken in het culturele veld: in de ideale wereld biedt de bibliotheek een laagdrempelige vorm van kunst en cultuur aan, die bezoekers aanmoedigt zich vervolgens meer in dit domein te verdiepen.

Samenwerking bibliotheken met andere culturele instellingen

Samen organiseerden bibliotheken in 2017 ruim 26 duizend activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, zo’n 13% van het totale aantal activiteiten. Samenwerking met andere culturele instellingen, zoals musea, theaters en bioscopen, is daarbij van groot belang. Sommige bibliotheken delen zelfs een pand met een culturele organisatie in een multifunctionele accommodatie (MFA). In totaal zijn 715 bibliotheeklocaties, 59% van alle locaties, in een (MFA) ondergebracht. In één op de zes bibliotheekorganisaties is zelfs sprake van een bestuurlijke samenwerking of fusie: een multifunctionele organisatie (MFO). Het gaat hierbij meestal om een fusie met een of meerdere cultuurinstellingen, zoals een dans- of muziekschool, poppodium of organisatie rondom kunst- of cultuureducatie. Ook met theaters, bioscopen, musea en volksuniversiteiten wordt relatief vaak samengewerkt (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019).

Krimpende subsidies voor letteren en bibliotheek

Het bedrag dat overheden voor cultuur reserveren, loopt terug. Dit geldt ook voor de subsidies voor bibliotheken. De crisis heeft een sterke invloed gehad op de subsidie-inkomsten van bibliotheken: tussen 2010 en 2017 daalde het subsidieniveau met 12%, waarbij de jaren tussen 2010 en 2014 het grootste effect hadden (Van de Burgt & Van de Hoek, 2019). Een peiling van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (COB) in oktober 2019 onder 113 bibliotheken liet zien dat 47 van hen ook voor 2020 wederom bezuinigingen van gemiddeld 4,2% voorzagen. Bij 28 leden waren ook voor 2021 al bezuinigingen aangekondigd, met een gemiddelde van 10,1% – een aantal dat nog kan groeien (VOB, 2019).

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2019; CBS, 2019.
Body

Letterensector wapent zich

De krimp van de letterensector heeft geleid tot tegeninitiatieven, zoals de Leescoalitie, bestaand uit Stichting Lezen (voorzitter), de CPNB, Stichting Lezen & Schrijven, de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), de KB, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum en het Nederlands Letterenfonds, die sinds 2012 de handen ineenslaan om gezamenlijk de leescultuur te versterken. Ook bibliotheekprogramma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school dragen daaraan bij. Hierbij wordt met name ingezet op jongeren, omdat men juist in deze levensfase vaak de interesse in lezen verliest (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). In deze lijn ligt ook het toejuichen van schoolbezoeken door de Schrijverscentrale en de oprichting van de Boekenweek voor Jongeren in 2018. Dit alles goed sluit aan bij de aanbevelingen die de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad in 2019 deden in hun oproep tot een heus leesoffensief. Bibliotheken moeten volgens dit document een leescultuur tot stand weten te brengen die wordt gedragen door leesbevorderaars en -specialisten (Raad voor Cultuur & Onderwijsraad, 2019). Hiertoe werden subsidies om deze zaken te bekostigen verhoogd. Ook de evaluatie van de Wsob begin 2020 leidde tot het advies van de Raad voor Cultuur om alle bibliotheekfuncties – ook de culturele – te versterken. Alleen dan is sprake van een volwaardige bibliotheekvoorziening (Raad voor Cultuur, 2020).

Letterensector vraagt om meer diversiteit

De letterensector geeft ook zelf aan haar pijlen te moeten richten op een meer diverse doelgroep, om zo een groter deel van Nederland te bereiken. Dit krijgt bijvoorbeeld gestalte in campagnes, zoals het door de Leescoalitie geïnitieerde Lezen met andermans ogen, waarmee men middels verschillende activiteiten probeerde mensen te verleiden zich via een boek te verplaatsen in een ander, en het door Probiblio opgezette HipHop in je Bieb, waarin jongeren actief spelen met taal tijdens rapworkshops, theatervoorstellingen en andersoortige activiteiten. Hiermee sluit Probiblio aan bij de opkomst van het spoken word­-genre, door de Raad voor Cultuur omschreven als ‘het enige werkelijk diverse hoekje binnen de letterensector’ (Raad voor Cultuur, 2018). Zo wordt de letterensector ook uitgenodigd te denken in andere verspreidingsmogelijkheden, en, daarbij behorend, andere verdienmodellen, passend in onze subscription economy, waarin on demand  het toverwoord is (Brom et al., 2019). Bibliotheken sluiten daar met hun diensten steeds meer bij aan, en richten hun pijlen op een toekomst waarin het verhaal niet alleen de vorm heeft van een boek, maar ook vele andere gestalten kan aannemen.

Inzicht in cultuurconsumenten

Goed inzicht hebben in de wensen en behoeften van klanten en bezoekers is voor elke organisatie van groot belang. Dat geldt ook zeker voor de cultuursector. Met deze kennis van de wensen van bezoekers kan een organisatie zichzelf continu verbeteren en zo nieuw publiek vergaren of de impact bij bestaand publiek vergroten. Door de toenemende digitalisering komt steeds meer data beschikbaar. Ook kunnen consumenten steeds meer op maat worden bediend. Het DEN Kennisinstituut cultuur & digitalisering onderzocht in Publieksdata in de culturele sector de initiatieven op het gebied van verzamelen, analyseren en delen van gegevens over bezoekers én niet-bezoekers van cultuur. Nederlandse theaters, schouwburgen concertzalen en poppodia zijn het verst met het verzamelen van publieksdata. In het strategisch inzetten van deze data kunnen echter nog veel stappen worden gezet. Binnen de bibliotheeksector signaleert de KB een kloof tussen de wens van bibliotheekdirecties om zoveel mogelijk klantdata te verzamelen en de wens van de medewerkers op de werkvloer om zoveel mogelijk neutraliteit te bewaren en daarmee de leners te respecteren (Wijgers et al., 2020).

Bronnen