Informatie voor het bibliotheeknetwerk

De bibliotheek in het culturele veld

Onderzoeksartikel
Laatst bijgewerkt: 28 juli 2022
De bibliotheek valt binnen de culturele sector – een sector die te kampen heeft met een toenemende krimp. Ook de letterensector wapent zich hiertegen met verschillende initiatieven, die zich richten op meer innovatie en diversiteit.
Afbeelding
Inhoudsblok

Domeinen van de culturele sector

De culturele sector valt onder te verdelen in verschillende domeinen. De vierde editie van De Staat van Cultuur, de Cultuurindex van de Boekmanstichting, maakt onderscheid tussen de volgende branches: letteren, film, beeldende kunst, theater, muziek, erfgoed en museum. Volgens dit onderzoek spelen in al deze sectoren verschillende zaken, maar vallen ook cultuursectorbreed bepaalde tendensen te ontwaren. Zo vindt in ieder van deze branches een zoektocht plaats naar een cultureel aanbod dat voor iedereen toegankelijk is, en dat door een divers publiek wordt geconsumeerd. Ook staat in de culturele sector een beter begrip van de beroepspraktijk centraal (Brom et al., 2019).

Bibliotheek als uitgavenpost voor gemeente

Gemeenten gaven in 20219 gezamenlijk zo’n 2 miljard euro uit aan cultuur. Na de podiumkunsten zijn bibliotheken de grootste kostenpost van de gemeente: 21% van het budget gaat naar deze instellingen. In 2019 gaven gemeenten aan bibliotheken ongeveer 422 miljoen euro uit. Dit is een stijging ten opzichte van 2017, toen het om 400 miljoen euro ging. Per inwoner spenderen overheden gemiddeld zo’n 24 euro aan de bibliotheek (CBS, 2020a).

Bron: CBS, 2020a.

Minder betaalde consumptie van cultuur

De culturele sector kampt met een gemeenschappelijk probleem: de teruglopende betaalde consumptie van cultuur. Het aantal theaterbezoeken loopt terug en films, muziek en e-books worden via illegaal gedownload of onderling digitaal uitgewisseld. Hierdoor lopen de makers inkomsten mis. Dat geldt ook voor de letterenbranche, waaronder de bibliotheek valt, samen met onder andere boekhandels en uitgeverijen. Zij kampen met hetzelfde probleem: de toenemende ontlezing, samengaand met een zich immer doorzettende stijging van het aantal laaggeletterden. Waar bibliotheken een teruggang in het aantal fysieke uitleningen zien, neemt de boekhandel een terugloop in het aantal verkochte boeken waar. In 2015 en 2016 steeg het aantal verkochte boeken weliswaar van 37,6 miljoen naar 41 miljoen, maar in de periode 2017-2021 bleef deze afzet vrijwel gelijk. Dit was daarmee nog altijd fors minder dan de ruim 50 miljoen boeken die in 2008 verkocht werden (KVB Boekwerk, 2022). Dit heeft ook grote invloed op het aantal auteurs dat van het schrijverschap kan leven: momenteel zijn dat er in Nederland slechts een kleine 170 (KVB Boekwerk, 2020). Dat komt niet alleen door de afnemende inkomsten uit royalty’s, maar ook door dalende inkomsten uit leenrecht door een toenemend aantal illegale downloads van e-books en de krimpende vraag naar auteursoptredens (Peters & Van Strien, 2019).

Inzicht in uitgeverijen met de Uitgeversmonitor

Welke typen uitgeverijen zijn er in Nederland en wat zijn hun kenmerken? Dit is de centrale vraag in de Uitgeversmonitor. In dit rapport beschrijft KVB Boekwerk de trends en concurrentieverhoudingen in de uitgeversmarkt. Hiervoor is de markt verdeeld in vier kwarten, gebaseerd op omzet. Hiervoor worden de uitgevers gesorteerd op omzetgrootte van groot naar klein. De uitgeverijen met de hoogste omzet van dat jaar behoren tot het eerste kwart (tot en met 25% van de totale omzet), gevolgd door het tweede kwart (26% tot 50% van de omzet), enzovoorts. Vervolgens worden de kwarten met elkaar vergeleken op een aantal indicatoren. Uit het rapport van 2020 blijkt onder meer dat de vijf grootste uitgeverijen in Nederland samen een kwart van de totale omzet verdienen. Per uitgever is dat gemiddeld 25,5 miljoen euro. Het omzetaandeel behaald via het fysieke verkoopkanaal is voor uitgevers uit ieder kwart gedaald. In het eerste coronajaar 2020 begon deze daling, die zich in 2021 verder heeft voortgezet (KVB Boekwerk, 2021).

De bibliotheek in het culturele veld: laagdrempelige kennismaking

Al sinds 2005 vervullen openbare bibliotheken een beschermde positie in het culturele veld. Toen werd de Richtlijn voor basisbibliotheken opgesteld door de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (VOB & VNG, 2005). De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), die op 1 januari 2015 in werking trad, bestendigde die positie: deze wet stelt dat bibliotheek mensen moet ‘laten kennismaken met kunst en cultuur’ (Wsob, 2015). Uit deze formulering blijkt direct de positionering van bibliotheken in het culturele veld: in de ideale wereld biedt de bibliotheek een laagdrempelige vorm van kunst en cultuur aan, die bezoekers aanmoedigt zich vervolgens meer in dit domein te verdiepen.

Trekt de bibliotheek meer of minder bezoekers dan andere culturele instellingen?

Een vergelijking van het aantal bibliotheekbezoekers met de bezoekersaantallen van andere culturele instellingen is interessant, maar niet één op één te maken. Voor andere culturele instellingen worden enkel betalende bezoekers geregistreerd, terwijl de openbare bibliotheek ook door niet-leden bezocht kan worden. Hoewel de aard van een bibliotheekbezoek verschilt van een bezoek aan een andere culturele instelling, bieden de bezoekersaantallen wel een indicatie van de verhoudingen. Waar de openbare bibliotheken in 2019 63 miljoen – al dan niet betalende – bezoekers telden, verkochten bioscopen in 2019 zo’n 38 miljoen tickets en werden er bijna 33 miljoen museumkaartjes verkocht (Museumvereniging, 2020; NVPI, 2020). In 2019 trokken podiumkunsten 19,4 miljoen bezoekers (CBS, 2020). In 2020 waren bibliotheken niet de enige instellingen die te maken kregen met dalende bezoekersaantallen (-42%) vanwege de coronamaatregelen. Bioscopen meldden een daling van 56%, tot 16,8 miljoen bezoeken (NVPI, 2021). Het museumbezoek daalde met 60%, tot 13,2 miljoen bezoeken (Museumvereniging, 2021). Podiumkunsten trokken in 2020 5,4 duizend bezoekers, een daling van 72% (CBS, 2021).

Samenwerking bibliotheken met andere culturele instellingen

Samen organiseerden bibliotheken in 2021 circa 7,5 duizend activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, zo’n 6% van het totale aantal activiteiten. Samenwerking met andere culturele instellingen, zoals musea, theaters en bioscopen, is daarbij van groot belang. Sommige bibliotheken delen zelfs een pand met een culturele organisatie in een multifunctionele accommodatie (MFA). In totaal zijn 721 bibliotheeklocaties, 58% van alle locaties, in een (MFA) ondergebracht. In één op de vijf bibliotheekorganisaties is zelfs sprake van een bestuurlijke samenwerking of fusie: een multifunctionele organisatie (MFO). Het gaat hierbij meestal om een fusie met een of meerdere cultuurinstellingen, zoals een dans- of muziekschool, poppodium of organisatie rondom kunst- of cultuureducatie. Ook met theaters, bioscopen, musea en volksuniversiteiten wordt relatief vaak samengewerkt (Van de Burgt & Klaren, 2022).

Krimpende subsidies voor letteren en bibliotheek

Het bedrag dat overheden voor cultuur reserveren, loopt terug. Dit geldt ook voor de subsidies voor bibliotheken. De crisis heeft een sterke invloed gehad op de subsidie-inkomsten van bibliotheken: tussen 2010 en 2017 daalde het subsidieniveau met 12%, waarbij de jaren tussen 2010 en 2014 het grootste effect hadden (Van de Burgt & Klaren, 2022; CBS, 2022). In 2021 ontving één op de vijf bibliotheekorganisaties minder subsidies dan in 2021. Voor 2022 verwachtte tijdens de Gegevenslevering Wsob over 2021 – 22% van de bibliotheken te maken te krijgen met bezuinigingen. Hoe groter het werkgebied van de bibliotheek in aantal inwoners hoe groter men de kans op bezuinigingen achtte (Van de Burgt & Klaren, 2022).

Bron: Van de Burgt & Klaren, 2022; CBS, 2022.
Invloed van de coronacrisis op de financiën van de bibliotheek

De coronacrisis, die vanaf half maart 2020 de bibliotheeksector afwisselend in meer en mindere mate beperkte in haar dienstverlening, zorgde ervoor dat vrijwel alle bibliotheken inkomsten misliepen. Acht op de tien bibliotheken misten in 2020 inkomsten uit specifieke dienstverlening (zoals activiteiten) en inkomsten van leners. Bijna alle bibliotheken maakten in het eerste coronajaar 2020 ook extra kosten (95%). In 2021 maakten iets minder bibliotheken extra kosten, omdat zij de investering uit 2020 ook in 2021 konden gebruiken. De meeste extra kosten werden gemaakt rondom personeel, zoals extra maatregelen rondom hygiëne en de bescherming van het personeel met spatschermen, mondkapjes en desinfectiemiddel (81% in 2020). Daarnaast maakten zes op de tien bibliotheken in 2020 extra huisvestingskosten, bijvoorbeeld voor de herinrichting van de bibliotheek. Drie op de tien bibliotheken maakten in 2020 en 2021 extra kosten voor specifieke dienstverlening (bijvoorbeeld voor activiteiten in alternatieve vorm) of automatisering (bijvoorbeeld voor het verbeteren van de digitale dienstverlening).

Om het tekort aan inkomsten en de extra kosten op te kunnen vangen, maakte 62% van de  bibliotheekorganisaties in 2020 gebruik van financiële steun. De meeste bibliotheken wendden zich hiervoor tot lokale en/of regionale overheden (37%) en/of rijksbrede steun, zoals de NOW of TVL (28%). In 2021 maakt nog maar 36% van de bibliotheekorganisaties gebruik van financiële steun, met name van lokale en/of regionale overheden (29%) (Van de Burgt & Klaren, 2022).

Letterensector wapent zich

De krimp van de letterensector heeft geleid tot tegeninitiatieven, zoals de Leescoalitie, bestaand uit Stichting Lezen (voorzitter), de CPNB, Stichting Lezen & Schrijven, de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), de KB, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum en het Nederlands Letterenfonds, die sinds 2012 de handen ineenslaan om gezamenlijk de leescultuur te versterken. Ook bibliotheekprogramma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school dragen daaraan bij. Hierbij wordt met name ingezet op jongeren, omdat men juist in deze levensfase vaak de interesse in lezen verliest (DUO Onderwijsonderzoek, 2017). In deze lijn ligt ook het toejuichen van schoolbezoeken door de Schrijverscentrale en de oprichting van de Boekenweek voor Jongeren in 2018. Dit alles goed sluit aan bij de aanbevelingen die de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad in 2019 deden in hun oproep tot een heus leesoffensief. Bibliotheken moeten volgens dit document een leescultuur tot stand weten te brengen die wordt gedragen door leesbevorderaars en -specialisten (Raad voor Cultuur & Onderwijsraad, 2019). Hiertoe werden subsidies om deze zaken te bekostigen verhoogd. Ook de evaluatie van de Wsob begin 2020 leidde tot het advies van de Raad voor Cultuur om alle bibliotheekfuncties – ook de culturele – te versterken. Alleen dan is sprake van een volwaardige bibliotheekvoorziening (Raad voor Cultuur, 2020).

Worden er meer boeken geleend of gekocht?

Hoewel de bibliotheek en de boekhandel regelmatig met elkaar samenwerken, zitten ze ook in elkaars vaarwater: beide instellingen proberen de consument van boeken te voorzien. In 2021 kochten Nederlandse lezers tezamen 39,6 miljoen fysieke boeken; bij de bibliotheek werden in dat jaar eveneens 39,6 miljoen papieren boeken geleend. Op digitaal vlak werden in 2021 3,4 miljoen e-books verkocht, tegenover 5,4 miljoen uitleningen bij de online Bibliotheek. Dit is echter niet het enige platform waar men e-books kan lenen; dit aantal ligt dus waarschijnlijk hoger (KVB Boekwerk, 2022; Van de Burgt & Klaren, 2022). Zo geeft een op de vijf consumenten aan het laatst gelezen e-book gratis te hebben gedownload; 14% verkreeg het laatst gelezen e-book via een abonnementsvorm als Kobo of Storytel (Nagelhout & Richards, 2020). 

Letterensector vraagt om meer diversiteit

De letterensector geeft ook zelf aan haar pijlen te moeten richten op een meer diverse doelgroep, om zo een groter deel van Nederland te bereiken. Dit krijgt bijvoorbeeld gestalte in campagnes, zoals het door de Leescoalitie geïnitieerde Lezen met andermans ogen, waarmee men middels verschillende activiteiten probeerde mensen te verleiden zich via een boek te verplaatsen in een ander, en het door Probiblio opgezette HipHop in je Bieb, waarin jongeren actief spelen met taal tijdens rapworkshops, theatervoorstellingen en andersoortige activiteiten. Hiermee sluit Probiblio aan bij de opkomst van het spoken word­-genre, door de Raad voor Cultuur omschreven als ‘het enige werkelijk diverse hoekje binnen de letterensector’ (Raad voor Cultuur, 2018). Zo wordt de letterensector ook uitgenodigd te denken in andere verspreidingsmogelijkheden, en, daarbij behorend, andere verdienmodellen, passend in onze subscription economy, waarin on demand  het toverwoord is (Brom et al., 2019). Bibliotheken sluiten daar met hun diensten steeds meer bij aan, en richten hun pijlen op een toekomst waarin het verhaal niet alleen de vorm heeft van een boek, maar ook vele andere gestalten kan aannemen.

Inzicht in cultuurconsumenten

Goed inzicht hebben in de wensen en behoeften van klanten en bezoekers is voor elke organisatie van groot belang. Dat geldt ook zeker voor de cultuursector. Met deze kennis van de wensen van bezoekers kan een organisatie zichzelf continu verbeteren en zo nieuw publiek vergaren of de impact bij bestaand publiek vergroten. Door de toenemende digitalisering komt steeds meer data beschikbaar. Ook kunnen consumenten steeds meer op maat worden bediend. Het DEN Kennisinstituut cultuur & digitalisering onderzocht in Publieksdata in de culturele sector de initiatieven op het gebied van verzamelen, analyseren en delen van gegevens over bezoekers én niet-bezoekers van cultuur. Nederlandse theaters, schouwburgen concertzalen en poppodia zijn het verst met het verzamelen van publieksdata. In het strategisch inzetten van deze data kunnen echter nog veel stappen worden gezet. Binnen de bibliotheeksector signaleert de KB een kloof tussen de wens van bibliotheekdirecties om zoveel mogelijk klantdata te verzamelen en de wens van de medewerkers op de werkvloer om zoveel mogelijk neutraliteit te bewaren en daarmee de leners te respecteren (Wijgers et al., 2020).

Bronnen