Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Exploitatiemodellen en rendement IDO's in bibliotheken

14 mei 2020
Onderzoeksbureau Ecorys heeft onderzoek gedaan naar de exploitatie en maatschappelijke baten van de informatiepunten en digivaardigheidscursussen bij de vijftien kopgroep-bibliotheken. Je kunt het onderzoek nu downloaden.
Inhoudsblokken

In het programma Digitale inclusie zijn 15 kopgroep-bibliotheken in 2019 gestart met een fysiek Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) voor mensen met vragen over de digitale overheid. Ook hebben zij het cursusaanbod voor (digitale) basisvaardigheden geïntensiveerd.

Afbeelding
Exploitatiemodellen en rendement IDO's, omslag rapport
Body

De KB en de Manifestgroep (MFG)-partijen hebben laten onderzoeken wat nodig is voor structurele borging van deze dienstverlening. Onderzoeksbureau Ecorys heeft dit inzicht geleverd:

  • de werkelijk gemaakte kosten voor het programma en de verwachte kosten bij een toename in het bereik
  • de verwachte maatschappelijke baten
  • de ervaringen van de kopgroep met de uitvoering van het programma en de lessen voor andere bibliotheken

Exploitatiemodellen

Er zijn drie uitvoeringsvarianten van de IDO's onderscheiden en daarmee drie exploitatiemodellen:

1 'Basis'

Dit IDO heeft een vaste balie of ruimte voor bezoekers tijdens spreekuren. Vragen buiten de spreekuren worden beoordeeld door een bibliotheekmedewerker: meteen beantwoorden of doorverwijzen naar het spreekuur. Deze variant is een op zichzelf staand concept; het is geen onderdeel van een breder informatiepunt. De focus ligt op vragen over de MFG-partijen. In de praktijk is dit lastig, omdat burgers ook andere vragen stellen.

2 'Altijd beschikbaar'

Dit IDO is altijd open, waarbij medewerkers fungeren als een 'lopend IDO' voor bezoekers met hun IDO-gerelateerde vragen. Dit is geen 'spreekuur'-variant. Indien nodig voor de privacy kan een vraag beantwoord worden in een aparte ruimte.

3 'Brede dienstverlening'

Dit IDO is onderdeel van een breder informatiepunt, gericht op een breed scala aan vragen. De Bibliotheek werkt hierin wel met spreekuren. Ofwel de Bibliotheek beantwoordt de vragen zelf, ofwel zij beantwoordt ze in een 'Informatieplein', samen met maatschappelijke partners.

Structurele kosten

Ambitiescenario

De bibliotheken en MFG-partijen ambiëren laagdrempelige dienstverlening en zo groot mogelijk bereik: jaarlijks 20 procent bezoekers en cursisten (= 800.000 burgers) van de totale doelgroep. Om dit bereik te realiseren zal tijd nodig zijn. De gemiddelde jaarlijkse exploitatiekosten bedragen 44 duizend euro per vestiging met een IDO.

Ingroeiscenario

Jaarlijks wordt 10 procent van de doelgroep bereikt. Hier bedragen de kosten van dienstverlening gemiddeld 27 duizend euro per IDO-vestiging.

Het cursusaanbod is niet onderverdeeld in modellen, omdat geen relevante verschillen in inrichtingskeuzes zijn geconstateerd. In het ambitiescenario zijn de exploitatiekosten voor de 15 kopgroep-bibliotheken 2,0 miljoen euro. In het ingroeiscenario bedragen de kosten 1,0 miljoen euro. Daarnaast maken ook andere partijen kosten om de IDO’s en digivaardigheidscursussen aan te bieden.

Maatschappelijke baten

Voor de IDO’s en het cursusaanbod is een indicatieve inschatting gemaakt van de maatschappelijke baten. Gesprekken met mensen uit de praktijk geven een gedragen beeld van de verwachte maatschappelijke effecten. Aan de hand van kengetallen en literatuur is een indicatie opgesteld van de mogelijke maatschappelijke baten. Daarnaast zijn er niet in geldbedragen uit te drukken positieve effecten genoemd. In totaal gaat het om 4,0 miljoen euro. Of deze effecten werkelijk plaatsvinden, moet worden gemonitord.

Randvoorwaarden

Er zijn aannames gedaan over de resultaten en effecten van de IDO’s en het cursusaanbod, en het verwachte bereik. Hiervoor gelden in ieder geval twee randvoorwaarden:

  • Een succesvolle 'warme' doorverwijzing door de Bibliotheek naar de juiste hulpverlenende of MFG-partijen.
  • Succesvol bereik van de doelgroep. Dit kan worden vergroot door bekendheid te genereren en verwijsafspraken te maken met lokale partijen.

Landelijk dekkend netwerk

De kosten van een landelijk dekkend netwerk zijn vooral afhankelijk van het aantal vestigingen met een IDO. Drie varianten zijn doorgerekend, uitgaande van het model 'brede dienstverlening':

  1. er komt één IDO in elk van de 150 basisbibliotheken
  2. in elk van de 800 bibliotheekvestigingen komt een IDO
  3. in 400 van de 800 bibliotheekvestigingen komt een IDO. Deze variant sluit aan bij de 'IDO-dekkingsgraad' van de kopgroep-bibliotheken. Er zijn twee sub-varianten:
    - een IDO in alle 400 vestigingen met brede dienstverlening en ruime openingstijden
    - een IDO in 150 basisbibliotheken met brede dienstverlening en ruime openingstijden, een IDO in de overige 250 vestigingen volgens het basismodel

Of de maatschappelijke baten bij een landelijke uitrol groter zijn dan de kosten, hangt onder meer af van het aantal vestigingen met een IDO. Bij te weinig IDO’s is het netwerk niet landelijk dekkend en is het niet mogelijk de beoogde doelgroep te bedienen. Worden te veel IDO’s geopend, dan wordt mogelijk meer ondersteuning aangeboden dan dat er vraag is. Dan zal de verhouding tussen kosten en baten minder positief worden. Naar verwachting geeft variant 3 de beste balans tussen beide risico’s, terwijl wordt voldaan aan het uitgangspunt van landelijke dekking.

Download het volledige rapport.