Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Netwerkagenda: interview met Willem Camphuis (CBCT) & Hetty van de Weg (Bibliotheek Noord-Veluwe)

Nieuwsbericht
8 maart 2021
In oktober 2020 werd het Bibliotheekconvenant 2020-2023 van kracht. De daarin geformuleerde maatschappelijke uitdagingen en randvoorwaarden vinden hun concrete uitwerking in de Netwerkagenda. In twaalf programmateams komen experts uit het veld samen om binnen elk van deze thema’s stappen te zetten. Deze week is het woord aan Willem Camphuis, directeur van de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT), en Hetty van de Weg, directeur van de Bibliotheek Noord-Veluwe, die zich samen hard maken voor de kennis en kwaliteit die in de Netwerkagenda een fundamentele rol spelen.
Inhoudsblokken

In gesprek

Een gesloten bibliotheek maakt het lastig om te certificeren, geeft CBCT-directeur Willem Camphuis toe. ‘We hebben nog nooit zo’n lage productie gehad als in 2020. Door de maatregelen rondom het coronavirus hebben we in totaal zo’n vier à vijf maanden stilgelegen. Het auditwerk staat nog steeds op pauze, maar dat geeft ook weer ruimte voor andere zaken die gedaan moeten worden.’

Willem Camphuis & Hetty van de Weg

Gelukkig is het een stuk minder rustig in het programmateam dat in het kader van de Netwerkagenda is geformeerd rondom kennis en kwaliteit. ‘Hoe kunnen we invulling geven aan de maatschappelijke opgaven uit het Bibliotheekconvenant? Die vraag stond na de evaluatie van de Wsob vorig jaar centraal,’ aldus Camphuis. ‘Ik zat in de kerngroep die zich bezighield met het opstellen van het convenant. Al snel werd duidelijk: kwaliteit en kennisdeling moesten daarin ook een plek krijgen.’

Daarmee sloot het convenant aan bij de doorontwikkeling die de CBCT zelf al langere tijd voor ogen had. ‘We hadden al eerder de wens geformuleerd onze kennis en data meer te delen met het netwerk, om met de branche in gesprek te blijven over mogelijkheden tot doorontwikkeling. Certificering is daarbij overigens slechts een middel. Wij maken zogezegd een foto van de branche op de manier die de sector zelf heeft ontwikkeld. Over die toetsing en de algemene resultaten ervan moet je voortdurend met elkaar in gesprek blijven, juist in een branche die zo in ontwikkeling is.’

Hoera-gevoel

Hetty van de Weg herinnert zich haar eerste certificeringsronde bij de Bibliotheek Noord-Veluwe nog goed. ‘Toen had ik nog een hoera-gevoel toen we de uitslag kregen; inmiddels, na de vierde keer, voelt het nauwelijks meer bijzonder. Je plukt er alleen de vruchten van als je als bibliotheken met elkaar in gesprek gaat over de resultaten en doordenkt over wat goed bibliotheekwerk betekent.’

Dat gesprek wordt nu nog te weinig gevoerd, vindt Van de Weg. ‘We zijn nog niet eerlijk genoeg tegen elkaar: we juichen openlijk wanneer we opnieuw gecertificeerd zijn, maar in onze minpunten op het scoreformulier zullen we elkaar niet zo snel inzicht geven – terwijl dát juist de manier is om de kwaliteit van ons werk te verhogen.’

Ook de praktische doorontwikkeling moet niet worden vergeten, benadrukt Camphuis. ‘Soms heb ik het gevoel dat we als branche met al onze websites, informatie en data in een voorsorteer vak staan te wachten totdat we écht de bocht nemen naar de praktijk. Nu wordt het zaak om die informatie ons te laten helpen in beweging te komen. De Netwerkgroep Kennis en Kwaliteit die op basis van het Bibliotheekconvenant aan de slag ging, heeft mooi geformuleerd hoe we die bocht gaan maken: door samen te brengen, te delen én vooruit te kijken.’

Overspoeld

Ook Van de Weg ziet zich in het dagelijkse directeursleven overspoeld door allerlei soorten monitoring. ‘We leveren maar, terwijl juist duiding en de vertaalslag bij die cijfers belangrijk zijn. De Impactmonitor, de Bibliotheekmonitor – al die cijfers moeten we samenbrengen, zodat ze meer betekenis krijgen. Daardoor raak je als invuller ook sneller gemotiveerd om die gegevens door te geven.’

Daarvoor hebben veel bibliotheken niet de ontwikkelcapaciteit in huis, beseft ook Camphuis. ‘Vergelijk het met de bakker op de hoek: die moet niet alleen bezig zijn met brood bakken en verkopen, maar ook met de prijzen van zijn waar, de kwaliteit van zijn medewerkers, de marketing van zijn producten en het uiterlijk van zijn etalage. Dat geldt ook voor bibliotheken. Grote organisaties kunnen vaak zelf over deze zaken nadenken, maar kleinere bibliotheken hebben daar soms hulp bij nodig. Zij kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van de capaciteit en ervaring van POI’s.’

Uit de tussentijdse scores van de lopende certificeringsronde blijkt bijvoorbeeld dat nogal wat bibliotheken stoeien met het in kaart brengen van hun maatschappelijke waarde en effecten. ‘De algemene cijfers daarover delen we sinds kort op onze website,’ aldus Camphuis. ‘Zo zetten wij een eerste stap in het aanjagen van het gesprek. We hopen dat de resultaten van de Netwerkagenda ons daarbij gaan helpen.’

Waan van de dag

Wat als blijkt dat een bibliotheek niet genoeg capaciteit beschikbaar heeft om haar opgaven waar te maken? ‘Vaak regeert de waan van de dag,’ stelt Camphuis vast. ‘Denk aan die bakker: als die alleen maar bezig is met het maken en verkopen van brood, gaat hij op een gegeven moment achter de feiten aan lopen. Mede in dit licht heeft het programmateam drie ambities geformuleerd: kennis over het eigen presteren zo efficiënt mogelijk verzamelen, analyseren en ontsluiten, een lerend netwerk faciliteren en ontwikkelingen in de samenleving identificeren door verkennend en experimenterend onderzoek op te zetten. Alle partijen – bibliotheken, POI’s, KB en CBCT – pakken daarbij hun rol om samen kwaliteits- en kennisvraagstukken om te zetten naar de praktijk.’

Die gezamenlijkheid vinden bleek voorheen in de bibliotheekbranche nog niet altijd even makkelijk. ‘Ik zag het aan het begin van de coronacrisis zelf gebeuren,’ aldus Van de Weg. ‘We kwamen met alle twintig Gelderse bibliotheekdirecteuren samen om te overleggen over de afhaalbibliotheek: is dit een goed idee of nemen we te veel risico? Ook binnen die groep kregen we de neuzen niet dezelfde kant op. Landelijk is dat nog ingewikkelder. We willen alle meningen respecteren en iedere bibliotheek een gevoel van gelijkwaardigheid geven. In de Netwerkagenda zullen we daarom hard ons best doen niet het idee te geven dat alles van bovenaf besloten wordt.’

Dichter bij elkaar

De crisis heeft de Gelderse bibliotheekdirecteuren ook dichter bij elkaar gebracht. ‘Door de regelmatige overleggen zijn we nog vertrouwder met elkaar geworden en durfden we het ook aan elkaar toe te geven als het niet goed ging,’ aldus Van de Weg. ‘Voor het eerlijke verhaal is veel vertrouwen nodig. Directeur zijn is soms een eenzame post. Het delen met gelijkgestemden helpt daarbij. Je bent soms veel te eerlijk, zeggen collega’s. Ik zeg altijd: we zijn als bibliotheekorganisaties voor 95% hetzelfde, en over die 5% verschil moeten we met elkaar een zinvol gesprek kunnen voeren.’

Het is die cultuur van openheid die het programmateam tijdens het traject van de Netwerkagenda wil door ontwikkelen. ‘Een open cultuur, waarin lokaal, provinciaal en landelijk met elkaar samenwerken, brengt ons allemaal verder. Daar gaan we de komende jaren hard aan werken.’