Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Dossier De bibliotheek in coronatijd

De cultuursector na corona

Verwachtingen voor de toekomst
In 2020 en 2021 volgden de maatregelen rondom het coronavirus elkaar in rap tempo op. Daarbij werd ook de cultuursector zwaar getroffen. Wat kunnen we verwachten van de toekomst van de culturele sector in het algemeen en van het boekenvak in het bijzonder?
Mono Lisa met mondkap

Coronamaatregelen treffen cultuursector hard

Het leek lastig samen te gaan: het hard optreden tegen het coronavirus en het sparen van de culturele sector, die het op veel momenten meer leek te moeten ontgelden van de commerciële tak van de economie. Waar winkels lange tijd hun deuren mochten openhouden, konden musea, theaters, bibliotheken en andere culturele instellingen zowel tijdens de eerste lockdown in het voorjaar als tijdens de tweede en derde golf begin november 2020 en de eerste maanden van 2021 geen bezoekers ontvangen. Op andere momenten werd hun capaciteit ernstig beperkt, bijvoorbeeld tot slechts dertig personen, ongeacht de grootte van de bioscoop- of schouwburgzaal. Ook kon de detailhandel lange tijd vrijelijk bezocht worden, terwijl voor het bezoek aan veel culturele instellingen een reservering nodig was. Dit maakte het voortzetten van veel culturele activiteiten, zoals de organisatie van theatervoorstellingen, lastig tot onmogelijk.

Nederland na een jaar corona

Hoe zag het leven van de gemiddelde Nederlander er een jaar na het begin van de coronacrisis uit? De kwaliteit van leven bleek onverminderd hoog en de economische gevolgen van de crisis bleef voor velen, mede dankzij de steunmaatregelen, beperkt, bleek uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Voor sommige kwetsbare groepen, zoals jongvolwassenen, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een laag opleidingsniveau en zelfstandigen, gold dit echter niet. De verschillen tussen groepen groeiden – niet alleen financieel, maar ook emotioneel. Daarmee nam ook de saamhorigheid in het land af. Zo werden jongeren een tijdlang door veel Nederlanders als verantwoordelijken voor het hoge aantal besmettingen gezien. Zij verloren ook relatief het vaakst hun baan en moesten hun sociale contacten het sterkst inperken. Groepen met minder maatschappelijke kansen kregen die nu nog minder. Zo liepen kwetsbare kinderen de grootste risico’s op leerachterstanden door thuisonderwijs (De Klerk et al., 2021).

Grootschalig alternatief aanbod

De cultuursector zat, ondanks de beperkingen, niet stil. Instellingen boden veelal een alternatief programma. Musea boden de meeste alternatieven: slechts 6,5% veranderde niets aan het aanbod. Ook de muzieksector veranderde van koers: 66,7% van de instellingen bood een alternatief voor het gebruikelijke aanbod. Ook bibliotheken zetten nieuwe diensten op (91%) of turnden bestaand aanbod om naar nieuwe vormen (90%) (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021). Toch leidde dit slechts bij een minderheid van de instellingen tot nieuwe publieksinkomsten. Andersoortige potentiële verdienmodellen kwamen niet goed van de grond. De theater- en danssector verwierf nog de meeste inkomsten, musea de minste (Cultuurmarketing, 2020).

Daling in baten

De inkomsten van culturele organisaties daalden in de laatste drie kwartalen van 2020 met gemiddeld 85% ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Dit kwam met name door de vrijwel geheel weggevallen publieksinkomsten. Hoe groter de afhankelijkheid van betalend publiek, hoe harder de klap. Daarom liepen de eigen inkomsten van bibliotheken gemiddeld slechts met 15% terug: zij zijn vooral afhankelijk van abonnementsgelden en subsidies (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021).

Lasten bewegen mee

De omzet van culturele instellingen kromp gemiddeld met 25%. Daarom voerden veel instellingen bezuinigingsmaatregelen door. Culturele organisaties verminderden hun personele lasten bijvoorbeeld gemiddeld met 20%. Met name op de inhuur van zzp’ers werd bezuinigd (55%), veel meer dan op personeel in loondienst (3%). In totaal verminderden culturele organisaties hun lasten met gemiddeld 30% (Goudriaan et al., 2021). Voor bibliotheken lag dit percentage op slechts 1%. Zij maakten met name minder kosten, zoals voor het organiseren van activiteiten, de dienstverlening aan scholen en kosten gerelateerd aan cursussen (Van de Burgt & Van de Hoek, 2021).

Overheid biedt financiële compensatie

Vanuit de politiek werden enkele malen financiële handreikingen richting de culturele sector gedaan. Een eerste steunpakket van 300 miljoen euro werd in het voorjaar van 2020 toegezegd. Op 16 november 2020 stuurde minister Van Engelshoven een brief aan de Tweede Kamer over een volgend steunpakket van 482 miljoen euro, specifiek gericht op de culturele en creatieve sector. Hiervan is 40 miljoen euro gereserveerd voor vrije theaterproducenten in de podiumkunsten om de kosten van reeds gemaakte voorstellingen te compenseren, ruim 200 miljoen euro ging naar verlenging van de maatregelen uit het eerste steunpakket en 49,75 miljoen euro was ter ondersteuning van makers en creatieve professionals. Gemeenten kregen in totaal 150 miljoen om lokale culturele instellingen te ondersteunen. Daarnaast kwam 11,2 miljoen euro beschikbaar om instellingen die jong talent begeleiden voor een halfjaar te ondersteunen (Van Engelshoven, 2020).

Financiële hulp onvoldoende

Helaas bleken deze bedragen lang niet altijd genoeg om de misgelopen inkomsten te compenseren. Naar schatting liepen in de cultuursector 300 duizend mensen hun inkomsten mis, in totaal zo’n 100 miljoen euro per week. Alleen al de maatregel de theater- en bioscoopzalen tot 1 juni 2020 te sluiten zorgde voor een inkomstenderving van bijna 1 miljard euro (Kooke et al., 2020). Ook voor auteurs bleek onvoldoende financiële hulp beschikbaar: van de 246 auteurs die een aanvraag indienden voor een projectsubsidie of inkomenssteun, konden er slechts 67 worden geholpen. Het totaal aangevraagde bedrag oversteeg de 1 miljoen euro, terwijl er slechts 176 duizend euro te verdelen was (Auteursbond, 2020).

Culturele instellingen failliet

Veel culturele instellingen, sommige met een rijke geschiedenis, moesten hun deuren als gevolg van de coronacrisis permanent sluiten. In een enquête van de Museumvereniging onder haar leden eind in november 2020 gaven tien musea aan naar verwachting binnen een halfjaar te moeten sluiten. Een kwart van de musea liet weten nog voor hoogstens twaalf maanden vertrouwen te hebben in hun voortbestaan (Museumvereniging, 2020). Organisaties kregen weinig financiële steun van de bevolking: hoewel bijna 70% van de Nederlanders aangaf het te betreuren als culturele instellingen als gevolg van de coronacrisis failliet zouden gaan, doneerde slechts 10% extra om musea, theater- en muziekgezelschappen te steunen (Prins Bernhard Cultuurfonds, 2020). 

Roep om nieuwe culturele verdienmodellen

De coronacrisis deed de behoefte aan nieuwe verdienmodellen binnen de cultuursector groeien. Dat bleek onder meer uit het advies Onderweg naar overmorgen van de Raad voor Cultuur, waarin tevens werd gevraagd om een ruimer cultuurbudget en een breder palet aan financieringsinstrumenten, met als doel om de sector op langere termijn gezond te maken (Raad voor Cultuur, 2020). Dit document past binnen de bredere tendens om na te denken over de staat van de culturele wereld na de coronaperiode. In Corona en de betekenis van het culturele leven onderzocht het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de culturele gevolgen van de coronamatregelen. Het SCP voorspelde een neergang in de culturele betrokkenheid van Nederlanders, gegeven het feit dat culturele evenementen lange tijd verboden waren en een cultuurbezoek blijvend werd gedomineerd door restricties, zoals het bewaren van anderhalve meter afstand, de beperking tot een kleiner gezelschap, het dragen van een mondkapje en het maken van een reservering. Dit zou ook na een terugkeer naar het normale leven kunnen leiden tot minder culturele bezoeken, tevens ingegeven door de gedachte dat de consument door de coronacrisis een tijdlang minder te besteden zal hebben. Ook aan de kant van culturele instellingen zal de geleden financiële schade mogelijk nog enkele jaren zorgen voor een verschraald aanbod (Van der Broek, 2020).

Digitale alternatieven slechts gedeeltelijke vervanging

Hoewel de coronacrisis de mogelijkheden tot een fysiek bezoek beperkte, werd wel geïnvesteerd in een digitaal cultuuraanbod, met live streaming van concerten en repetities, podcasts en virtuele museumtours. Deze content werd echter veelal gratis aangeboden, of tegen een sterk gereduceerde prijs ten opzichte van het fysieke equivalent (Menso, 2020). Ook bibliotheken worstelden met dat vraagstuk: zij vonden het lastig voor een online lezing, bijeenkomst of debat een financiële vergoeding te vragen. Ook in de toekomst lijkt dit niet tot een vervanging van de inkomsten uit een deel van de fysieke samenkomsten te kunnen leiden.

Machtsverschuivingen in boekensector

Ook de Nederlandse boekensector werd hard geraakt door de coronacrisis. Met name relatief zwakke spelers, zoals auteurs en kleinere boekhandels, hadden te lijden onder de situatie, ondanks de landelijke oproep vooral lokaal te kopen. De machtsbalans verschoof in het voordeel van online boekverkopers, die hun winsten sterk zagen stijgen. Met name fysieke winkels in grotere stadscentra, die normaal gesproken profiteren van de aanloop door winkelpubliek en toeristen, hadden een zware tijd. Ook konden auteurs niet in deze winkels terecht om hun boeken te promoten. Op scholen waren zij in deze periode evenmin welkom. Schrijverssteunmaatregelen vanuit het Letterenfonds en de Auteursbrond werden sterk overvraagd. Deze tijdelijke subsidies konden de grootste klappen opvangen, maar zullen ook op de lange termijn doorgang moeten blijven vinden om de veerkracht van de sector te versterken (Van den Braber et al., 2021).

Bronnen