Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Dossier De bibliotheek in coronatijd

Kritische denkers aan het woord

Ruimte voor tegengeluiden
Natuurlijk waren bibliotheken blij dat ze na momenten van sluiting telkens hun deuren weer mochten openen. Toch klonken in de coronaperiode – zowel voor als na heropening – ook tegengeluiden. We laten enkele kritische denkers aan het woord – over de bibliotheek als plek met een zogenaamd heilige taak, de nadruk op de uitleenfunctie en de nieuwe taken die voor de bibliotheek in de coronaperiode en daarna weggelegd zouden kunnen zijn.
Patrick Heemstra

Patrick Heemstra: bibliotheek als heilig huis

In de bibliotheeksector ontstonden na de collectieve sluiting op 16 maart al snel alternatieve vormen van dienstverlening, waaronder haal- en brengservices. Waar sommige bibliotheken van mening waren dat zij moesten doen wat zij konden om hun diensten zoveel mogelijk te laten doorgaan, vonden andere bibliotheekorganisaties dat zij juist hun deuren gesloten moesten houden, om mensen niet aan te moedigen de straat op te gaan. Ook het ophangen van boekentasjes aan deuren en het aanbellen bij ouderen zou te veel risico opleveren.

Patrick Heemstra (De Bieb Letter) sloot zich aan bij de laatste visie, en stelde dat de bibliotheeksector last heeft van wat Fobazi Ettarh eens beschreef als de vocational awe: het idee dat de bibliotheeksector inherent goed van aard en dus niet te bekritiseren zou zijn (Ettarh, 2018). Heemstra zag hoe de groep die koste wat het kost de dienstverlening van de bibliotheek wilde laten doorgaan, zelfs met kans op verspreiding van het virus, ter motivatie van deze keuze met name verwees naar de blijdschap van leners. De groep die terughoudend was, nam juist de regels van het RIVM als leidraad. De vergelijking tussen zorgmedewerkers en bibliothecarissen was in Heemstra’s ogen overtrokken: juist de bibliotheken die zich koest hielden, waren in zijn ogen de grootste helden.

Jeroen de Boer

Jeroen de Boer: van connectie naar collectie

Na heropening mochten bibliotheken aanvankelijk alleen nog hun uitleenfunctie uitvoeren – een functie die door sommige vestigingen ook al tijdens de sluiting werd uitgevoerd, in de vorm van haal- en brengservices. De beperking zorgde voor een bevestiging van het imago dat de bibliotheek de afgelopen jaren juist geprobeerd had van zich af te schudden, zag ook Jeroen de Boer (adviseur innovatie, Fers). Dat beeld werd zowel door bibliotheken zelf als door de media  bevestigd (o.a. Logtenberg, 2020). In één klap was de bibliotheek niet meer de plek waar men, naast het lenen van een boek, ook de krant kon lezen, een cursus kon volgen of een debat kon bijwonen. Door de komst van het coronavirus werd de hele bibliotheeksector plotseling teruggeworpen van connectie naar collectie.

De Boer miste communicatie over de andere functies van de bibliotheek, die her en der wel degelijk in aangepaste vorm werden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een online lezing of digitaal loket. Ook de protocollen van de VOB gingen in eerste instantie primair over het weer toegankelijk maken van de collectie en het mogelijk maken van uitleningen, ook in het protocol voor het ontvangen van basisschoolleerlingen (VOB, 2020). De Boer maakte zich zorgen over de gevolgen voor het brede imago dat de bibliotheeksector de afgelopen jaren zo zorgvuldig had opgebouwd. In zijn ogen moesten bibliotheken stilstaan bij hun hoofdopdracht en daarnaar handelen.

David Lankes

David Lankes: nieuwe taken in het nieuwe normaal

De Boer zag zich gesterkt door de mening van bibliotheekgoeroe David Lankes. In zijn blog The “New Normal” Agenda for Librarianship stelde hij: ‘To say we are about community and only be a source of ebooks in a pandemic is hypocrisy. Yes, our fellow citizens need ebooks, but they need compassion, connection, and community dedicated to their full well-being. […] We must fight for a new normal with our collections, our buildings, but mostly, with our expertise.’ Ook Lankes zag een te grote nadruk op het lenen van fysieke boeken en e-books ontstaan, en uitte zijn bedenkingen bij de bijkomende groeiende afhankelijkheid van uitgevers en leveranciers.

Daarnaast maakte Lankes zich zorgen om de vele werklozen die door de coronacrisis ontstonden, en die juist in deze cruciale periode geen gebruik konden maken van de hulp van de bibliotheek. Ook de relatie met scholen mocht in zijn ogen niet verslappen: zij moesten nog steeds van boeken kunnen worden voorzien, met name als het ging om scholen met veel leerlingen met grote achterstanden. Bovendien moest het publieke debat op gang blijven; bibliotheken konden daaraan volgens Lankes een bijdrage leveren door online fora op te zetten, bijvoorbeeld rondom verkiezingen en stedelijke vraagstukken. Hier konden burgers ook worden geïnformeerd over het coronavirus en bijbehorende symptomen, maatregelen en oplossingen. Zo creëerde Lankes een alternatieve agenda voor de bibliotheeksector in coronatijd.

Bronnen