Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Dossier Impact

Leestips over de evaluatie van cultuurbeleid

Drie leeswaardige publicaties die een handvat bieden bij het evalueren van cultuur
In de hele culturele sector is de effectiviteit van beleid en programma’s de afgelopen decennia hoog op de agenda komen te staan. Om culturele organisaties en subsidiegevers te helpen het gesprek hierover beter in te richten, bracht de Boekmanstichting in de periode 2011 – 2016 drie leeswaardige publicaties uit. In elk van deze publicaties wordt een model gepresenteerd dat bibliotheken een handvat kan bieden om hun beoordelingsrelatie met de overheid (meer) inhoudelijk vorm te geven.
Boekcover

Niet tellen maar wegen

In ‘Niet Tellen maar Wegen’ (2011) schetsen Claartje Bunnik en Edwin Huis de trend van verzakelijking die zich de afgelopen decennia heeft voorgedaan in de relatie tussen cultuurinstellingen en overheden. Door de inzet van instrumenten voor kwaliteitsverbetering en prestatiemeting kregen afspraken tussen beide partijen steeds meer een boekhoudkundig karakter. Niet iedereen vindt dat nuttig, want bestuurders krijgen er niet mee in beeld hoe hun maatschappelijke doelen worden gediend. En de culturele instelling herkent in prestatie afspraken haar unieke karakter vaak niet. Bunnik en Huis sturen dan ook aan op een nieuw model voor sturen, meten en verantwoorden voor overheden en instellingen. Dat model gaat uit van drie vragen die elke instelling en overheid zou moeten stellen bij het beoordelen van prestaties: wat (en hoeveel) hebben we gedaan? Hoe goed hebben we het gedaan? En wat heeft de samenwerking opgeleverd? De juiste prestatie-indicatoren moeten helpen deze vragen te beantwoorden. Een lijst van zulke indicatoren wordt door Bunnik en Huis niet gegeven, maar hun adviezen bij het kiezen en gebruiken ervan, helpt de lezer om hierin een slimme afweging te maken. Voor wie het gesprek over prestaties met de overheid beter invulling wil geven, zijn ook de tien slotlessen het lezen waard.

Boekcover Effectief cultuurbeleid

Effectief cultuurbeleid: leren van evalueren

In ‘Effectief cultuurbeleid’ (2012) bieden Quirijn van den Hoogen, Letty Ranshuysen, Jan Simons, Teunis IJdens en Rudi Turksema beleidsmakers handvatten voor het ontwikkelen van een betere evidence base (feitelijke onderbouwing) voor hun beleid. Ze bespreken de artistieke, economische en sociale effecten van cultuurbeleid en gaan in op de meetbaarheid daarvan.
Als hulpmiddel bij de evaluatie van cultuurbeleid presenteren de auteurs een nieuw model. Dit model gaat uit van vier waarden die bij een goede evaluatie allemaal aan bod zouden moeten komen: de esthetische waarde, de persoonlijke waarde, de maatschappelijke waarde en het vermogen van instellingen om op de langere termijn een esthetisch aanbod te leveren aan een zo gevarieerd mogelijk publiek (de secundaire waarde). Het model vult dat van Bunnik en Huis (2011) aan, door vooral vraag twee en drie uit dit model (hoe hebben we het gedaan en wat heeft het opgeleverd?) verder uiteen te rafelen.
Om de lezer te helpen alle waarden uit het model zichtbaar te maken, krijgt deze een aantal concrete adviezen aangereikt op het gebied van onderzoek. Ook beleidsmakers in bibliotheken, die in hun beleid meer willen steunen op bewijs, zouden hiermee in hun gedachtegang een eind op weg moeten komen.

Boekcover Naar waarde gewogen

Naar waarde gewogen

Naar waarde gewogen’ (2016) vormt het vervolg op ‘Niet tellen maar wegen’. Claartje Bunnik pleit hierin voor meer maatwerk en minder bureaucratie en juridisering bij de beoordeling van culturele instellingen. In beleid en bekostiging zou de waarde van cultuur voor de samenleving centraal moeten staan. Bunnik beschrijft hoe overheden en culturele instellingen hun subsidie- en beoordelingssystematiek meer inhoud kunnen geven door een breder begrip van kwaliteit te hanteren. Hiertoe presenteert ze een nieuw beoordelingsmodel waarin naast de artistiek inhoudelijke waarde ook de maatschappelijke positie, het vertrouwen in en de reputatie van de instelling een rol spelen. Daarnaast pleit ze voor meer aandacht voor de beleving, de impact en de inhoud van culturele producten bij de beoordeling van cultuur. In tien bouwstenen geeft Bunnik een aantal concrete adviezen. Hiermee kunnen overheden, culturele instellingen en andere betrokkenen het proces rondom de beoordeling van kwaliteit opnieuw in te richten. Met name de criteria en indicatoren om de verschillende kwaliteitsdomeinen te meten, kunnen bibliotheken helpen een meer integraal beeld te schetsen van hun eigen presteren.