Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Dossier Trends

Ongelijke kansen

Over zelfredzaamheid en kansenongelijkheid
Onzekerheid over de toekomst en toenemende kansenongelijkheid zorgen voor grote verschillen in de samenleving. De overheid legt meer verantwoordelijkheid bij de burger, maar zelfredzaamheid vraagt om vaardigheden waarover niet iedereen in gelijke mate beschikt. Dat vergroot het risico dat mensen niet meer kunnen meekomen, met eenzaamheid, een gebrekkige gezondheid, schooluitval, werkloosheid en armoede als gevolg. Dit druist in tegen het ideaal van een inclusieve samenleving.

Trends en ontwikkelingen

Toenemende complexiteit

Nederlanders waarderen de kwaliteit van leven gemiddeld met een 7,8. De meeste mensen voelen zich gezond, de levensverwachting stijgt en gevoelens van onveiligheid nemen af. Er zijn echter grote verschillen tussen groepen in de samenleving. De toenemende complexiteit van de informatiesamenleving maakt het voor een groeiende groep mensen moeilijker om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Er zijn telkens nieuwe vaardigheden nodig om deze veranderingen te kunnen bijbenen - op economisch, sociaal, cultureel en persoonlijk vlak (Wennekers et al., 2019).

Sociale scheidslijnen

Vroeger bepaalden werk en inkomen voor een groot deel de belangrijkste sociale scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen: de haves en de have-nots. Tegenwoordig is opleidingsniveau de belangrijkste sociale scheidslijn. De kloof tussen hoger en lager opgeleiden heeft zich de laatste jaren verdiept (Bovens et al., 2014). Digitale ongelijkheid zorgt bovendien voor nieuwe scheidslijnen tussen mensen die wel en mensen die niet goed voor zichzelf kunnen opkomen, die wel of niet de juiste informatie weten te vinden en die wel of niet overweg kunnen met systemen van zorg en toeslagen (Bovens et al., 2014; Van Deursen, 2018).

Laaggeletterdheid 

Laaggeletterdheid is een hardnekkig verschijnsel dat aan de basis ligt van een opeenstapeling van andere problemen, zoals eenzaamheid, schooluitval, werkloosheid en armoede. Het is een probleem dat van generatie op generatie wordt overgedragen: kinderen van taalzwakke ouders hebben zelf ook meer kans om laaggeletterd te worden. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil extra aandacht voor de doelgroep met Nederlands als eerste taal. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld extra financiën inzetten om de hulp aan laaggeletterden te intensiveren. 

Verschillen vergroten ongelijkheid

Nederland beschikt over een beroepsbevolking met een hoog gemiddeld niveau van taalvaardigheden. Tegelijkertijd worden de onderlinge verschillen groter. Dit kan sociale ongelijkheid vergroten, omdat taalvaardigheden nauw samenhangen met arbeidsmarktparticipatie, maatschappelijke participatie en gezondheid (PIAAC, 2013). Terwijl hoogopgeleiden het internet relatief veel benutten voor informatie, educatie en carrièrekansen, gebruiken laagopgeleiden internet voornamelijk om te chatten, video’s te bekijken, spelletjes te spelen. Om de digitale kloof te verkleinen, is een integrale aanpak voor sociale inclusie nodig (Van Deursen, 2018). Daarin gaat het niet alleen om functionele vaardigheden, maar ook om profijt op sociaal, cultureel en persoonlijk vlak.

Eenzaamheid

Door de toenemende vergrijzing, individualisering en groei van het aantal eenpersoonshuishoudens wordt eenzaamheid een groeiend maatschappelijk probleem. Een hogere opleiding, mobiliteit en het onderhouden van contacten via sociale platforms zijn tegenkrachten voor de toenemende eenzaamheid bij ouderen. Onder jongeren kan de druk van sociale media gevoelens van eenzaamheid juist aanwakkeren. De afbouw van de welvaartsstaat kan eenzaamheid verergeren. Kwetsbare mensen zijn hierdoor sterker aangewezen op zichzelf en krijgen minder gelegenheid om deel te nemen aan activiteiten (Wennekers et al., 2019).

Kwetsbaarheid

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de taken op het gebied van het sociaal domein en werk en inkomen: de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet schuldhulpverlening. Nu de tekorten oplopen, zoeken gemeenten naar mogelijkheden om hun dienstverlening te optimaliseren en tegelijkertijd hun efficiency te verhogen. Met het afbreken van de verzorgingsstaat komt er meer nadruk te liggen op zelfredzaamheid. Er zijn echter grote groepen die het moeilijk vinden om met nieuwe ontwikkelingen mee te gaan, zeker nu veel dienstverlening is gedigitaliseerd (Bovens et al., 2014). Bij zijn aantreden had Rutte de ambitie om ‘achterblijvers’ in de samenleving te helpen. Toch werden kwetsbare groepen sindsdien juist kwetsbaarder – en dat terwijl het goed gaat met de Nederlandse economie (Putters, 2017; Wennekers et al., 2019).

Wat betekent dit voor bibliotheken?

Inclusie

Het is inmiddels duidelijk dat er altijd een groep mensen zal zijn die de vaardigheden missen om zelfstandig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Dat betekent dat voor deze mensen structurele ondersteuning nodig is. Tegelijkertijd hebben veel dienstverlenende organisaties zichzelf op afstand geplaatst van de mensen voor wie ze het uiteindelijk doen: balies zijn vervangen door callcentra, menselijk contact door een automaat of website. Om hun doelgroep te bereiken, moeten ze nu andere wegen bewandelen. Daarvoor zijn bibliotheken met hun brede bereik en hun laagdrempelige voorzieningen de aangewezen plek.

Verbreding aanbod basisvaardigheden

Nu bibliotheken zich verder in het sociaal domein begeven, zien we een verbreding van de dienstverlening van taal en digitale vaardigheden naar werk en inkomen. Inmiddels heeft ruim twee derde van de bibliotheken de dienstverlening uitgebreid van taal en digitale vaardigheden naar financiële zelfredzaamheid, toeleiding tot de arbeidsmarkt, informatievaardigheden en vaardigheden op het gebied van welzijn en gezondheid. Ook wordt vanuit de aanpak basisvaardigheden ingezet op ondersteuning van laagtaalvaardige ouders (Van de Hoek & Van de Burgt, 2019).

Kwetsbaarste burgers niet in beeld

Een grote groep laaggeletterde en daardoor kwetsbare burgers blijft onder de radar, onzichtbaar voor bibliotheken. Bibliotheken willen het bereik bij deze groep verhogen. In de Manifestgroep (2019) hebben bibliotheken en acht landelijke uitvoeringsorganisaties van de overheid zich verenigd. In de deelnemende bibliotheken worden informatiepunten ingericht waar mensen terecht kunnen voor informatie over de digitale overheid.

Manifestgroep

De Manifestgroep wordt gevormd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK), de Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Samen met deze partijen heeft de Koninklijke Bibliotheek (KB) het plan Digitale Inclusie, ondersteuning voor kwetsbare burgers bij het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO). In december 2018 is de inhoudelijke en financiële aanvraag goedgekeurd en in januari is deze door de staatssecretaris vastgesteld.

Met dit plan willen de samenwerkende partijen meer niet-digivaardige burgers stimuleren deel te nemen aan digivaardigheidscursussen in bibliotheken, met als doel dat steeds meer mensen (digitaal) zelfredzaam worden. Daarnaast willen de partijen voor mensen die (blijvend) ondersteuning nodig hebben in de bibliotheek informatiepunten ontwikkelen, waar men terechtkan voor informatie over de digitale overheid afkomstig van de deelnemende uitvoeringsorganisaties. Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken (BZK) ondersteunt de aanpak met 1,9 miljoen euro, zo meldt de VNG.

Van 2019 tot en met 2021 bouwen de samenwerkende partijen via de bibliotheken voor deze vorm van ondersteuning een landelijk dekkend netwerk op. Medio 2019 zijn de eerste vijftien kopgroepbibliotheken gestart die de weg plaveien voor verdere uitrol in de twee jaar daarna.

Centrale regie nodig

Er is bezorgdheid dat decentralisering leidt tot versnippering. Verschillende organisaties hebben in 2019 een petitie uitgebracht aan OCW om de aanpak van basisvaardigheden te versnellen. Ze willen dat er meer aandacht komt voor laagtaalvaardige burgers (NT1), voor de mogelijkheden die online en digitaal leren bieden, voor rekenen en digitale vaardigheden, en meer maatwerk. De huidige decentrale aanpak vraagt om goede afstemming en centrale regie.

 

Effect meten

In de sector wordt gewerkt aan het verkrijgen van systematisch inzicht in de effecten van programma’s door het faciliteren en standaardiseren van lokale dataverzameling en het analyseren van verzamelde data op landelijk niveau. Dit zorgt voor inzicht in de unieke bijdrage van bibliotheken aan het voorkomen van (taal)achterstanden, maar in toenemende mate ook in de bijdrage en het functioneren van bibliotheken binnen een ketenaanpak met maatschappelijke partners. Met de Impactmonitor kunnen bibliotheken zelf de opbrengsten van hun activiteiten meten bij deelnemers aan cursussen en activiteiten.

Bronnen