Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Dossier Trends

Vormen van burgerbetrokkenheid

De verzorgingsstaat vs de participatiesamenleving
De overheid verwacht van burgers dat zij meer eigen verantwoordelijkheid nemen, zodat ze minder beroep doen op de overheid. De kanteling van verzorgingsstaat naar de geschetste participatiesamenleving zorgt op veel plekken voor frictie, met name wanneer goedbedoelde burgerinitiatieven botsen op een starre systeemwereld van wetten en regels. Van beide kanten is aanpassingsvermogen nodig.

Trends & ontwikkelingen

Actief burgerschap

De participatiesamenleving, in 2013 voor het eerst genoemd in de Troonrede, is de opvolger van de verzorgingsstaat. In zo’n samenleving verwacht de overheid een actieve bijdrage van burgers op het gebied van inburgering, werk en inkomen, maar bijvoorbeeld ook als het gaat om de zorg voor de buurt en de leefomgeving. Er zijn grofweg twee bewegingen op het gebied van burgerparticipatie: in de zelfredzame variant nemen burgers zelf het heft in handen om de leefomgeving te verbeteren. De beleidsvariant probeert via de weg van lobbyen, stemmen, inspraak en medezeggenschap richting te geven aan beleid.

Doedemocratie

In het publieke domein wordt steeds meer een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van individuen, op zelforganisatie in gemeenschappen en op samenwerking in netwerken. Hierdoor ontstaat een nieuwe vorm van collectieve besluitvorming die ook wel doedemocratie wordt genoemd. Burgers en instellingen leveren zelf een actieve bijdrage aan de leefomgeving, zoals het onderhoud van speeltuinen of groen of lokale voorzieningen voor ouderen. Technologische ontwikkelingen maken dergelijke zelforganisatie en cocreatie steeds beter mogelijk. Burgers organiseren zich rond maatschappelijke thema’s bijvoorbeeld met behulp van sociale media en platforms.

Lokale vraagstukken

Gemeenten proberen burgers te betrekken bij hun lokale beleidsvoering. Ze verkennen in projecten nieuwe vormen van openbaar bestuur waarbij burgers een grote mate van zeggenschap krijgen over de inrichting en uitvoering van maatschappelijke taken op lokaal niveau. Dat gaat verder dan het leveren van inspraak. Niet de overheid is het uitgangspunt, maar het initiatief van de burgers. De overheid moet dan zo goed mogelijk proberen aan te sluiten op hun behoeften. Een middel daarvoor is het Right to Challenge (R2C), waarbij een groep burgers taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer, goedkoper kan (Blok & Scholthof, 2018).

Stadslabs

De afgelopen jaren zijn op verschillende plaatsen stadslabs opgericht. Onder de term stadslab vallen vele invullingen en toepassingen. Een stadslab faciliteert kennisdeling en cocreatie met burgers om oplossingen te vinden voor lokale vraagstukken en om nieuw beleid te vormen. Dat kan met een digitaal platform, maar ook met fysieke bijeenkomsten op wisselende of op een vaste locatie, bijvoorbeeld in een bibliotheek. Zoals een groep burgers die werken aan toepassingen van LoRa, een openbaar netwerk waarin duizenden sensoren data verzamelen over de stad, over de bijenstand, fietsen, fijnstof, klimaat en parkeerdruk.

Vrijwilligerswerk

In een participatiesamenleving zijn vrijwilligers van groot belang. Grofweg een kwart van de Nederlandse bevolking is op een of andere manier actief als vrijwilliger. Het gemiddelde aantal uren dat Nederlanders per week aan vrijwilligerswerk besteden is geleidelijk gestegen, van 0,7 uur in 2006 naar 0,9 uur in 2016. Het percentage vrijwilligers is over dezelfde periode echter niet of nauwelijks toegenomen: vrijwilligers zijn dus in vergelijking met tien jaar geleden gemiddeld iets meer tijd kwijt aan hun vrijwilligerswerk (SCP, 2016).

Participatie-elite

Met het inzetten op de participatiesamenleving is de hoop gericht op actieve burgers die de ruimte opvullen die ontstaan door een terugtrekkende overheid. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) (2016) laat echter zien dat er weinig reden is om aan te nemen dat de maatschappelijke inzet en betrokkenheid van Nederlanders de afgelopen kwart eeuw zijn toegenomen. Mensen hebben meer te doen en niet iedereen heeft de vaardigheden om als betrokken burger op te treden. De participatieve samenleving lijkt burgers te overvragen, en het is de vraag hoe representatief het arsenaal aan betrokken burgers is voor de samenleving als geheel, of dat er een zogenaamde participatie-elite aan het ontstaan is (SCP, 2016; WRR, 2017; Movisie, 2017).

De participatieparadox

'Nieuwe participatievormen hebben een reëel risico dat ze vooral de mogelijkheden van welgestelde burgers versterken, en zo de ongelijkheid vergroten. Dat is de politieke participatieparadox: hoe meer kanalen er komen voor burgers om politiek actief te worden, hoe groter de kans op ongelijkheid in participatie wordt,' stelt Tom van der Meer in het artikel De participatie-elite en de participatieparadox.

 

Wat betekent dit voor bibliotheken?

In een samenleving die meer zelfredzaamheid vraagt van burgers kan de bibliotheek een verbindende rol spelen. Het concept ‘stadslab’ sluit bijvoorbeeld naadloos aan op de maatschappelijke verbreding en de versteviging van de lokale rol die bibliotheken voorstaan. Bibliotheken organiseren gemeenschapsactiviteiten, culturele debatten of lezingen over politieke kwesties en zijn een bron van lokale informatie. Daarnaast brengen bibliotheken maatschappelijke organisaties en groepen bijeen en bemiddelen ze tussen organisaties en burgers die vrijwilligerswerk willen doen.

Burgerschapsvaardigheden

De bibliotheek kan voorwaarden scheppen voor burgerparticipatie, door mensen te ondersteunen bij het opdoen van vaardigheden die hen in staat stellen om zelf beslissingen te nemen en activiteiten uit te voeren voor de gemeenschap. Bij zulke burgerschapsvaardigheden kunnen we bijvoorbeeld denken aan het luisteren naar de mening van anderen, het vormen en verkondigen van een eigen mening, het dragen van verantwoordelijkheid voor de eigen standpunten, het goed doordacht besluiten nemen en bijdragen aan de publieke besluitvorming. Zeker in een samenleving waar grote verschillen bestaan tussen bevolkingsgroepen is de verbindende rol van bibliotheken van wezenlijk belang. Burgerschap anno 2050 zal vooral door de superdiversiteit een beroep doen op burgerschapsvaardigheden, meer nog dan nu het geval is, zo verwacht het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP, 2016).

Platform

Samen met andere organisaties kunnen bibliotheken een platform bieden waar mensen elkaar tegenkomen, online en lokaal, en waar ze met elkaar de dialoog aangaan. Op sommige plaatsen gebeurt dat letterlijk, zoals in bibliotheken die deelnemen aan de Week van de Dialoog, of die een human library organiseren, waarin deelnemers in een persoonlijke uitwisseling een menselijk ‘boek’ lezen, of een lokale inwoner ‘lenen’ om hen wegwijs te maken in de stad. Ook zijn er initiatieven waar bibliotheken een virtueel platform bieden om lokale discussies te voeren en betrokken burgers elkaar te laten mobiliseren, zoals de KennisCloud.

Burgerinitiatief voor bibliotheken

Bibliotheken hebben zelf ook te maken met burgerinitiatieven rondom hun eigen vestiging. Uit een inventarisatie van de KWINK-groep komen drie typen burgerinitiatieven naar voren: vrijwilligersbibliotheken in dorp of wijk, minibiebs of boekspots waar mensen eigen boeken kunnen ruilen en apps die het onderling ruilen of uitlenen van boeken makkelijker maken, zoals Peerby.

Bronnen