Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Impactmonitor

  1. Inleiding

Inleiding tot dit dossier

Basisvaardigheden in de bibliotheek

Taalvaardigheid en digitale vaardigheden worden steeds noodzakelijker om succesvol te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Toch is een deel van de Nederlandse bevolking nog onvoldoende digitaal vaardig. Ongeveer een tiende van de Nederlanders van 16 tot 65 jaar heeft geen of weinig ervaring met de computer. Onder Nederlanders van 55 jaar en ouder is dit zelfs zo’n 20%. Van de laaggeletterden in Nederland kan ruim 30% niet goed omgaan met een computer (Ministerie van Algemene Zaken, 2023). Deze mensen kunnen onvoldoende zelfstandig digitaal informatie opzoeken en verwerken op een veilige manier. Dat versterkt ongelijkheid tussen onder andere jong en oud, hoog- en laagopgeleiden en mensen met een hoog en een laag inkomen. 

Met de Agenda Digitale Overheid en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zet de overheid breed in op de digitale samenleving, het benutten van kansen en het borgen van rechten. Een adequaat niveau van digitale vaardigheden is een basisvoorwaarde en onderdeel van één van de vijf speerpunten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Ook in het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal is specifiek aandacht voor digitale vaardigheden. Met de Vervolgaanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 heeft de Rijksoverheid extra geld uitgetrokken voor de samenhang tussen taal, rekenen en digitale vaardigheden. In het budget van 85 miljoen euro per jaar is een expliciet bedrag van 2 miljoen euro per jaar opgenomen ter bevordering van digitale vaardigheden (Van Engelshoven et al., 2019).

Het aanbod van bibliotheken op het gebied van digitale vaardigheden is de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd. Vanuit het programma de Bibliotheek en basisvaardigheden boden in 2023 vrijwel alle bibliotheekorganisaties producten en diensten voor volwassenen aan rondom digitale vaardigheden (99%) en/of E-overheid (100%). De landelijke programma’s Klik & Tik en Digisterker zijn inmiddels verankerd in het aanbod van bibliotheken. In 2022 werden deze programma’s door bijna alle bibliotheken aangeboden (96% en 88%) (Klaren & Van Geest, 2023). Sinds 2015 is een duidelijke toename zichtbaar in het aanbod: Klik & Tik werd in 2015 door 63% van de bibliotheken aangeboden en ‘Werken met de E-overheid’ door 32% van de bibliotheken (KB, 2018). Naast de landelijke programma’s biedt 45% van de bibliotheken zelfontwikkelde programma’s of cursussen op het gebied van digitale vaardigheden en/of de E-overheid aan. Dit zijn verschillende soorten programma’s, zoals workshops over het gebruik van Microsoft Office, de smartphone, social media (WhatsApp) en Veilig Internet (Klaren & Van Geest, 2023). 

Evidence base

In hun ontwikkeling richting de maatschappelijke educatieve bibliotheek hebben openbare bibliotheken een stevige maatschappelijke positie in het hart van de lokale samenleving verworven. Toch staat de brede functie van de bibliotheek vaak nog niet helder op het netvlies van lokale, provinciale en landelijke stakeholders en subsidiënten. Een veelgehoorde roep om daarin verandering te brengen, is die om informatie over de maatschappelijke waarde en effecten van programma’s. Die informatie moet bijdragen aan een goede profilering, maar ook aan een beter inzicht in het presteren van de bibliotheek op haar maatschappelijke taak. Vooral op het domein van basisvaardigheden is veel behoefte aan inzicht in impact. Bibliotheken verbreden en professionaliseren daar hun aanbod, maar zoeken ook naar een stevige evidence base om hun betekenis op dit domein te onderbouwen en te verantwoorden. Om bibliotheken te ondersteunen bij het verkrijgen van zo’n evidence base ontwikkelde de KB in 2019 de Impactmonitor: een verzameling onderzoeksinstrumenten waarmee bibliotheken de effecten van cursussen basisvaardigheden in hun vestigingen kunnen meten. De monitor is bedoeld om bibliotheken lokaal te faciliteren effectmeting uit te voeren en biedt daarnaast de mogelijkheid om op landelijk niveau data te aggregeren en te analyseren. 

In dit rapport doen we verslag van de analyse van de geaggregeerde onderzoeksdata die door bibliotheken werd verzameld in de periode 2019 tot en met 2022. We beperken ons tot de gegevens over twee modules: Computer & Internet en E-overheid, omdat de andere modules (Taal en Sociale media) te weinig respons kregen.

In het hoofdstuk Onderzoeksmethode beschrijven we de gehanteerde onderzoeksmethode, de deelname van bibliotheken, zowel op de cursussen waarvan de impact is gemeten en op de respons van cursisten. Hoofdstuk Resultaten beide modules biedt op hoofdlijnen een vergelijking tussen cursussen Computer & Internet en cursussen E-overheid. Hierin wordt onder andere gekeken naar doelgroepen, motivatie en informatiebronnen van cursisten, competenties en attitude voor en na de cursus en perceptie van de opbrengsten door de cursisten zelf. De volgende hoofdstukken, Resultaten Module Computer & Internet en Resultaten Module E-overheid, gaan vervolgens meer in detail in op de resultaten per module. Daarbij wordt ook steeds een vergelijking tussen voor- en nameting gemaakt.