Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Impactmonitor

  1. Resultaten module Computer en Internet

Wat was de impact van de module Computer en Internet?

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de cursussen onder de module Computer en internet besproken. Met 5.345 deelnemende cursisten aan de voormeting, 2.787 aan de nameting, waarvan 2.470 aan beide metingen, hebben deze resultaten een groot volume en kunnen ook de ontwikkelingen tussen de voor- en nameting worden geanalyseerd. Eerst worden de soorten cursussen toegelicht, vervolgens kijken we naar vaardigheden en attitude voor en na de cursus en tot slot naar de opbrengsten van de cursussen in de ogen van de cursisten zelf.

De onderzoeksmodule Computer & Internet kent een aantal voorgeprogrammeerde cursussen waar bibliotheken in de online omgeving cursisten voor kunnen uitnodigen:

  • Kik en Tik de basis
  • Klik en Tik de start
  • Kik en Tik de tablet (Android)
  • Klik en Tik de tablet (Ipad)
  • Klik en Tik het internet op
  • SeniorWeb

Daarnaast hebben bibliotheken in de beheerportal van de Impactmonitor ook zelf cursussen opgevoerd met namen als Macbook, Basiscursus Excel, Windows 10 en Zomer- en Winterschool.

Het digitale oefenprogramma ‘Klik en Tik de Start’ behandelt het allereerste niveau. Deelnemers leren hoe de muis werkt, typen, hoe je internet start, hoe je inlogt, hoe je de computer aanzet en hoe je het geluid harder en zachter zet. ‘Klik en Tik de Basis’ is ontwikkeld voor mensen die graag meer met de computer willen doen, maar niet goed weten hoe het werkt. Ze leren typen, e-mailen en gaan het internet op. De filmpjes laten zien hoe het werkt waarna men zelf kan oefenen. ‘Klik en Tik het internet op’ is voor mensen die vaardiger willen worden in het gebruik van internet. Men leert hoe te zoeken, websites te bekijken, een e-mail te schrijven en hoe je bestanden kunt downloaden. ‘Klik en Tik de tablet’ helpt cursisten om dingen te doen op een tablet, Android of de iPad. SeniorWeb biedt cursussen digitale vaardigheden voor senioren, omdat veel ouderen ondersteuning nodig hebben om digitale vaardigheden op te doen (overoefenen.nl, 2023). 

Vaardigheden

In zowel de voor-  als nameting werden cursisten gevraagd welke dingen ze al weleens alleen op de computer doen. We nemen in deze vergelijking alleen cursisten mee die zowel de 0-meting als de 1-meting hebben ingevuld om de analyse zo zuiver mogelijk te maken. 

De cursisten van Computer & Internet-cursussen werd een lijst met echte basisvaardigheden voor het omgaan met een computer en het internet voorgelegd. In al deze vaardigheden zien we een stijging ten opzichte van de groep in de 0-meting die aangeeft dit al weleens zelfstandig te doen op de computer, en de groep in de 1-meting die dat aangeeft. Alle vaardigheden worden significant vaker aangekruist in de 1-meting dan in de 0-meting. De grootste stijgingen zien we in de vaardigheden informatie zoeken op een website (18% vaker aangekruist in de 1-meting dan in de 0-meting), aanmelden met naam en wachtwoord (16% vaker aangekruist), typen (ook 16% vaker) en informatie zoeken met een zoekmachine (15% vaker).

In de mate waarin cursisten deze handelingen zelfstandig uitvoeren zijn vrijwel geen significante verschillen te zien tussen mannen en vrouwen; alleen een programma downloaden en installeren wordt in de nameting vaker door mannen dan door vrouwen gedaan (22% versus 15%, niet in grafiek). Wanneer we kijken naar leeftijd zien we dat 75-plussers over vrijwel alle handelingen minder vaak zeggen deze weleens zelfstandig uit te voeren vergeleken met de jongere cursisten. Zo zegt 55% van de 75-plussers weleens naar een website te gaan, vergeleken met 70% van de cursisten tot en met 34 jaar, 67% van de 35-54 jarigen en 64% van de 55-74 jarigen (niet in grafiek). 

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

In onderstaande grafiek zien we dat cursisten vrijwel alle vaardigheden, met uitzondering van spelletjes spelen, het zoeken naar werk en het regelen van bankzaken, na de cursus significant vaker alleen op de computer doen dan dat ze daarvoor deden. Van de cursisten die aangeven de cursus te zijn gaan volgen om beter een baan te kunnen zoeken, geeft in de 0-meting 51% aan weleens zelfstandig op de computer/het internet naar werk te zoeken; in de 1-meting is dat aandeel gestegen naar 58% (niet in grafiek). Vooral grote verschillen zien we in het typen van teksten (15% meer dan in de 0-meting), informatie over cursussen e.d. zoeken (15% meer), foto’s of filmpjes kijken (11% meer), informatie zoeken van de gemeente e.d. (10% meer), bestanden opslaan (10% meer) en berichten lezen op mijnoverheid.nl (10% meer). 

Er zijn in de nameting een aantal significante verschillen tussen mannen en vrouwen (niet in grafiek). Te zien is dat vrouwen meer spelletjes spelen (38% versus 24%), meer contact onderhouden met andere mensen (60% versus 49%), meer filmpjes kijken (61% versus 53%) en meer filmpjes delen (30% versus 19%). Mannen zeggen vaker documenten te downloaden (30% versus 24%), berichten te lezen op mijnoverheid.nl (47% versus 40%) en in te loggen met DigiD (47% versus 40%). We zien geen grote verschillen tussen mannen en vrouwen wanneer we kijken naar de vooruitgang, dus het percentage dat een vaardigheid zelfstandig uitvoert vóór de cursus en daarna. 

Van de cursisten die 1 keer per week of vaker buiten de cursus om geoefend hebben, is de groep die in de nameting aangeeft een vaardigheid alleen te kunnen voor vrijwel alle vaardigheden groter dan van de groep cursisten die niet geoefend hebben. De groep die buiten de cursus om geoefend heeft is dus sterker vooruitgegaan. Alleen het zoeken van werk, het kopen van producten en foto’s of filmpjes delen wordt niet vaker aangekruist door cursisten die geoefend hebben. Verder valt op dat vrijwel alle vaardigheden zowel in de voormeting als in de nameting al vaker zelfstandig gedaan worden door midden- en hoogopgeleiden dan door laagopgeleiden. Alleen het zoeken naar werk wordt juist vaker gedaan door laagopgeleiden (niet in grafiek). 

Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands doen een aantal zaken vaker zelfstandig in de voormeting: werk zoeken (11% vaker), producten kopen (6% vaker), inloggen met DigiD (6% vaker), foto’s of filmpjes kijken (7% vaker) en foto’s en filmpjes delen (8% vaker). Deze verschillen kunnen wellicht verklaard worden doordat cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands vaker wat jonger zijn (32% van hen valt in de categorie 35-54 jaar versus 4% van de cursisten met moedertaal Nederlands). In de nameting zoeken anderstaligen nu ook vaker dan cursisten met Nederlands als moedertaal informatie op over cursussen en opleidingen (8% vaker). Cursisten met Nederlands als moedertaal regelen in de voormeting nog vaker hun bankzaken zelfstandig dan cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands, maar in de nameting is dit verschil niet meer te zien (allen niet in grafiek). 

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Veilig gebruik

Hieronder zien we het verschil in attitude van cursisten met betrekking tot het veilig gebruiken van de computer en het internet. We zien dat voor het volgen van de cursus slechts een kwart van de cursisten wist hoe zij een veilig wachtwoord aan kunnen maken. Na het volgen van de cursus is dit aandeel gestegen naar zes op de tien cursisten. Ook op de andere stellingen zien we grote stijgingen. Gevaarlijke e-mails herkennen kon voor de cursus slechts één op de tien cursisten en daarna bijna vier op de tien. 15% van de cursisten maakte voor het volgen van de cursus een update wanneer dat aangegeven werd, na de cursus zegt een derde dit te doen. Minder dan de helft van de cursisten had voor de cursus een virusscanner en na de cursus heeft twee derde een virusscanner. We zien dus dat de cursus op deze gebieden veel impact heeft gehad. We zien geen significante verschillen tussen mannen en vrouwen.

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Attitude

Ook wanneer we kijken hoe de cursisten voor en na het volgen van de cursus met de computer en het internet omgaan en hun gevoel hierover zien we veel verschillen. Na het afronden van de cursus vindt een groter deel van de cursisten het leuk om de computer te gebruiken: 56% ten opzichte van 48% voor de cursus. Opvallend is dat juist wat minder cursisten, een daling van 63% naar 57%, het belangrijk vinden om dingen te regelen op de computer en het internet. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat het doordat het onbekend was veel groter en belangrijker leek dan nu ze begrijpen wat het precies inhoudt. Juist veel minder cursisten, in de nameting 45% ten opzichte van 61% in de voormeting, zijn bang om iets verkeerd te doen wanneer ze de computer of het internet gebruiken. Cursisten raken ook minder gestrest van het gebruik van de computer en internet, een daling van 27% naar 18%. Cursisten geven aan veel minder hulp nodig te hebben; na het volgen van de cursus heeft nog 33% weleens hulp nodig, daarvoor was dat 55%. Ten slotte is er ook een stijging te zien in hoe veilig cursisten het werken met de computer en het internet vinden. Na de cursus voelt 37% zich veilig, daarvoor was dat 27%. 

Mannen voelen zich zowel voor de cursus (33% versus 25%) als daarna, vaker veilig dan vrouwen (41% versus 36%, niet in grafiek). Ook zijn mannen minder gestrest dan vrouwen, zowel voor (20% versus 31%) als na de cursus (14% versus 21%). En vrouwen zijn vaker bang iets verkeerd te doen, zowel voor (65% versus 51%) als na de cursus (48% versus 37%, allen niet in grafiek). In de nameting zien we dat cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands het na het volgen van de cursus vaker leuk vinden om de computer en het internet te gebruiken (76% versus 52% onder cursisten met moedertaal Nederlands). Ook vinden zij het vaker belangrijk om dingen te regelen na het volgen van de cursus (14% verschil).

 

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Ervaren gevolgen cursus

De vragen in onderstaande grafiek zijn alleen gesteld in de nameting en gaan over de ervaren gevolgen van de cursus. Bijna de helft van de cursisten geeft aan na het volgen van de cursus beter mee te kunnen doen in de samenleving (en 43% een beetje beter). Vier op de tien zeggen minder afhankelijk te zijn van anderen door het volgen van de cursus en de helft zegt een beetje minder afhankelijk te zijn. 8% heeft door het volgen van de cursus beter een baan kunnen vinden, bijna zeven op de tien weten dit niet (waarschijnlijk doordat ze geen baan gezocht hebben). Van de cursisten die aangeven dat zij de cursus zijn gaan volgen om beter een baan te kunnen zoeken, zegt 30% na het volgen van de cursus beter een baan te kunnen vinden en 18% zegt dit een beetje beter te kunnen en van de cursisten die op zoek zijn naar werk kan 30% beter een baan vinden en 28% een beetje beter (niet in grafiek). Twee op de tien kan beter meedoen op school of werk, ook twee op de tien een beetje beter en vier op de tien weten dit niet (waarschijnlijk doordat ze geen school of werk hebben). Bijna zes op de tien durven na het volgen van de cursus meer met de computer en het internet te doen (onder mannen ligt dit percentage hoger dan onder vrouwen, 64% versus 53%, niet in grafiek) en een derde een beetje meer. En de helft kan door de cursus beter contact houden met vrienden en familie en een kwart een beetje beter.

Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands zeggen nog vaker door de cursus beter mee te kunnen doen met de maatschappij (15% verschil), beter een baan te kunnen vinden (16% verschil) en meer te durven met E-overheid (10% verschil). Ook zeggen ze de bibliotheek nu vaker te gaan gebruiken (14% verschil) en zin te hebben om door te leren (16% verschil, niet in grafiek).

Hoogopgeleiden zeggen vaker dan laagopgeleiden door het volgen van de cursus minder afhankelijk te zijn van anderen (8% verschil), meer te durven door de cursus (8% verschil) en zin te hebben om meer te leren (9% verschil, niet in grafiek).

In onderstaande grafiek worden nog een aantal gevolgen van het volgen van de cursus beschreven. We zien dat bijna de helft van de cursisten zich na het volgen van de cursus veiliger voelt op de computer en het internet en vier op de tien een beetje veiliger. Ook de helft heeft door het volgen van de cursus minder hulp nodig bij het vinden van informatie en vier op de tien een beetje minder hulp. Ruim vier op de tien zeggen de bibliotheek door de cursus ook vaker te gaan gebruiken voor andere dingen (15% een beetje vaker). Zeven op de tien krijgen zin om nog meer te leren, twee op de tien een beetje zin. En zes op de tien gebruiken de computer na het volgen van de cursus vaker (en een kwart een beetje vaker).

Beoordeling cursus

De cursus wordt erg goed beoordeeld door de cursisten. 94% vond de uitleg van de begeleider duidelijk, voor 5% was deze soms duidelijk. 84% vond de inhoud van het lesmateriaal duidelijk, 13% vond deze soms duidelijk en voor slechts 1% was deze niet duidelijk. Bijna negen op de tien vonden het tempo van de cursus goed; voor 4% ging het te langzaam en voor 6% te snel. Ruim negen op de tien zouden de cursus dan ook aanraden. Het algemene oordeel was dat vier op de tien de cursus heel goed vonden en zes op de tien goed. Slechts 4% beoordeelt de cursus als niet goed en niet slecht, en niemand is ontevreden. Een kanttekening bij deze resultaten is dat de cursisten vaak erg dankbaar zijn dat ze terecht kunnen bij de bibliotheek en gratis een cursus mogen volgen. Daardoor zijn zij niet zo kritisch op de kwaliteit. Ook worden vragenlijsten soms met behulp van de docent ingevuld wat ook tot sociaal wenselijke antwoorden zal leiden.