Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Impactmonitor

  1. Resultaten module E-overheid

Welke impact had de module E-overheid?

Naast Computer & Internet heeft ook de module E-overheid in de Impactmonitor over het monitorjaar van mei 2019 tot en met augustus 2022 een behoorlijk volume bereikt, met 2.916 responderende cursisten bij de voormeting en 2.269 bij de nameting, waarvan 2.050 bij beide. Ook hier kunnen we dus naar ontwikkelingen in gedrag, vaardigheden en attitude tussen begin en einde van de cursus kijken.

De onderzoeksmodule E-overheid kent in de monitor vier voorgeprogrammeerde cursussen waarvoor bibliotheken in de online omgeving cursisten kunnen uitnodigen, namelijk:

  • Digisterker       
  • Digitaal bankieren met Steffie             
  • Steffie DigiD    
  • Oefenen met DigiD

Daarnaast hebben bibliotheken in de beheerportal van de Impactmonitor ook zelf andere cursussen opgevoerd met namen als ‘Digisterker Heeze’,  ‘Digisterker Son en Breugel’ en ‘Digivitaler’. Een deel daarvan valt waarschijnlijk eigenlijk binnen de voorgelegde opties. 95% van de ingevulde vragenlijsten zijn ingevuld door cursisten van Digisterker-cursussen.

Bij Digisterker-cursussen leert men zelfstandig gebruik te maken van elektronische dienstverlening van de overheid, zoals van gemeenten, het UWV en de Belastingdienst. De cursisten die deze cursus volgen kunnen werken met computers en internet, maar hebben moeite met het gebruik van de digitale overheid. Cursisten zijn onder meer ouderen, werkzoekenden en leden van vrouwenverenigingen. Men leert in de Digisterker-cursussen bijvoorbeeld om een DigiD aan te vragen en te gebruiken, informatie op overheidssites te zoeken en vinden en toeslagen aan te vragen. Bij de cursus ‘Steffie DigiD’ wordt ook aandacht besteed aan het aanvragen en gebruiken van DigiD. Bij de cursus ‘Digitaal bankieren met Steffie’ leren cursisten eenvoudig digitaal bankieren via hun computer, smartphone of tablet met een bankpas en een Rabo Scanner (Digisterker, 2023).   

Vaardigheden

In onderstaande grafiek zien we welke zaken de cursisten van E-overheid al weleens zelfstandig doen. Deze vraag is zowel voor als na de cursus gesteld. We zien de allerhoogste stijging bij het inloggen met DigiD; voor de cursus deed 45% dit weleens zelfstandig, na de cursus doet 75% dit alleen. Dit is ook duidelijk een vaardigheid die wordt aangeleerd in de E-overheid-cursussen. De andere vaardigheden waar een stijging te zien is, zijn ook zaken die in de cursus aan bod komen, zoals het zoeken van informatie van de gemeente, het UWV, de belastingdienst etc. Voor de cursus deed 43% dat zelfstandig, na de cursus is dat 62%. Ook het lezen van berichten in de mijnoverheid.nl berichtenbox gebeurt na het volgen van de cursus vaker: 54% versus 37%. Wat kleinere stijgingen zien we bij de vaardigheden informatie over cursussen, opleidingen etc. opzoeken (45% versus 37%) en ingevulde documenten versturen (30% versus 24%). Onder de cursisten die de cursus zijn gaan volgen om beter een baan te kunnen zoeken is er een grote stijging ten opzichte van het aandeel dat voor de cursus weleens zelfstandig naar werk zocht (48%) en daarna (59%, niet in grafiek). We zien dat de meeste vaardigheden na het volgen van de cursus niet significant vaker alleen worden gedaan dan voor het volgen van de cursus. Dit resultaat verschilt met wat we zagen bij de cursisten van Computer & Internet. Dat komt waarschijnlijk doordat de genoemde vaardigheden niet allemaal vaardigheden zijn die aan bod komen in de E-overheid-cursussen. Op een aantal gebieden zien we wel een stijging.

Per geslacht zien we op dezelfde vaardigheden een hoge stijging. Na het volgen van de cursus zoekt bijna een kwart meer vrouwen informatie van de gemeente e.d., twee op de tien lezen berichten op mijnoverheid.nl en drie op de tien meer logt na de cursus zelfstandig in op DigiD (niet in grafiek). Voor mannen zien we op ook op deze drie vaardigheden de grootste stijging: informatie opzoeken van de gemeente e.d. wordt door 14% meer gedaan, 15% meer dan voor de cursus lezen berichten op mijnoverheid.nl en een kwart meer logt na de cursus zelfstandig in op DigiD (allen niet in grafiek).

Wanneer we kijken naar de verschillen tussen mannen en vrouwen in de 1-meting zien we dat vrouwen veel vaker aangeven weleens zelfstandig spelletjes te spelen op de computer (41% versus 27%, niet in grafiek) en foto’s of filmpjes te delen (34% versus 24%, niet in grafiek). Mannen doen de volgende vaardigheden vaker dan vrouwen zelfstandig op de computer: ingevulde documenten versturen (37% versus 26%), berichten van mijnoverheid.nl lezen (60% versus 52%), documenten downloaden (48% versus 40%), bestanden opslaan (40% versus 34%) en inloggen met DigiD (80% versus 73%, allen niet in grafiek).

Of cursisten hebben geoefend buiten de cursus heeft een positieve invloed op het opdoen van nieuwe vaardigheden. De groep die in de nameting aangeeft een bepaalde vaardigheid zelfstandig uit te kunnen voeren is bij veel van de vaardigheden uit het rijtje hoger onder de cursisten die 1 keer per week of vaker geoefend hebben dan onder cursisten die niet geoefend hebben. Grootste verschillen zijn: informatie zoeken van de gemeente e.d. (20% verschil), inloggen met DigiD (18% verschil) en berichten lezen in mijnoverheid.nl (15% verschil, allen niet in grafiek). 

Ook onder de E-overheid cursisten valt op dat vrijwel alle vaardigheden, in de 0-meting en 1-meting, al vaker zelfstandig gedaan worden door midden- en hoogopgeleiden dan door laagopgeleiden. Alleen het zoeken naar werk wordt juist vaker gedaan door laagopgeleiden (niet in grafiek). 

Cursisten met Nederlands als moedertaal geven in de voormeting vaker aan weleens spelletjes te spelen (8% vaker) en bankzaken te regelen (ook 8% vaker) dan cursisten met een andere taal als moedertaal (niet in grafiek). In de nameting zien we dat cursisten met Nederlands als moedertaal nu ook vaker documenten downloaden dan cursisten met een andere moedertaal (9% vaker). Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands zoeken juist vaker werk (13% vaker in 0-meting en 20% in 1-meting) en delen vaker foto’s en filmpjes (12% vaker in 0-meting en 7% in 1-meting) dan cursisten met moedertaal Nederlands (niet in grafiek). Dit kan wellicht verklaard worden doordat ook onder de E-overheid cursisten met een andere taal dan Nederlands als moedertaal vaak wat jonger zijn (23% valt binnen de 35-54 jaar categorie versus 3% van de cursisten met moedertaal Nederlands).

 

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

De vaardigheden uit onderstaande grafiek zijn meer specifieke zaken die worden aangeleerd in cursussen op het gebied van e-overheid. We zien vooral veel significante vooruitgang op de volgende zaken: informatie vinden op een website van de overheid (34% meer zegt dit te kunnen in de 1-meting t.o.v. de 0-meting), inloggen met DigiD (29% meer), post openen op MijnOverheid.nl (20% meer), een DigiD aanvragen (15% meer) en online een afspraak maken (11% meer). Op de andere zaken zien we geen significante verschillen tussen de 0-meting en de 1-meting. Cursisten die buiten de cursus hebben geoefend gaan sterker vooruit op een aantal genoemde vaardigheden, namelijk op het inloggen bij DigiD, informatie vinden op een overheidswebsite en digitale post openen op MijnOverheid.nl. We zijn ons ervan bewust dat een aantal vaardigheden in net andere bewoording in beide grafieken voorkomen, dit is aangepast in de nieuwe vragenlijsten.

Voor de cursus voeren mannen een aantal vaardigheden al vaker zelfstandig uit dan vrouwen: een DigiD aanvragen, inloggen bij DigiD, informatie vinden op een overheidswebsite, online belastingaangifte doen en digitale post lezen op MijnOverheid.nl. In de 1-meting blijven deze verschillen grotendeels bestaan; alleen het inloggen bij DigiD doen vrouwen dan ongeveer even vaak als mannen zelfstandig. Op die vaardigheid zien we dan ook een grotere vooruitgang onder vrouwen dan onder mannen (32% versus 22%). 

Hoogopgeleide cursisten doen vrijwel alle genoemde zaken zowel in de 0-meting als in de 1-meting vaker zelfstandig dan laagopgeleide cursisten, met uitzondering van het aanvragen van toeslagen. Beide groepen maken een vergelijkbare verbetering in de 1-meting ten opzichte van de 0-meting, met uitzondering van het vinden van informatie op een website van de overheid; onder laagopgeleiden zien we een stijging van 35% versus 28% onder hoogopgeleiden. 

Cursisten met Nederlands als moedertaal doen een aantal zaken voor de cursus minder vaak zelfstandig dan cursisten met een andere taal als moedertaal, namelijk: online een toeslag aanvragen (10% minder vaak), inloggen bij DigiD (9% minder vaak), informatie vinden op een website van de overheid (9% minder vaak) en online een afspraak maken (8% minder vaak, allen niet in grafiek). Na het volgen van deze cursus zijn deze verschillen grotendeels verdwenen, we zien alleen nog dat anderstaligen vaker dan cursisten met Nederlands als moedertaal online een toeslag aanvragen en post openen van MijnOverheid.nl. Cursisten met Nederlands als moedertaal gaan dus op veel van de vaardigheden sterker vooruit dan anderstalige cursisten. 

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Veilig gebruik

In onderstaande grafiek zien we het verschil in attitude van cursisten met betrekking tot het veilig gebruiken van de computer, het internet en de E-overheid. We zien dat voor het volgen van de cursus vier op de tien cursisten wisten hoe zij een veilig wachtwoord aan kunnen maken. Na het volgen van de cursus is dit aandeel gestegen naar driekwart van de cursisten. Ook op het herkennen van gevaarlijke e-mails zien we een grote stijging: voor het volgen van de cursus wist 17% deze te herkennen, na het volgen is dat de helft. Op de andere vaardigheden zien we een minder grote stijging: 12% meer cursisten maken na het volgen van de cursus een update en 11% meer dan voor de cursus heeft een virusscanner op de computer. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat dat geen vaardigheden zijn die worden aangeleerd in de cursussen op het gebied van E-overheid. Er zijn geen grote verschillen in de vooruitgang tussen mannen en vrouwen. Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands hebben ook na het volgen van de cursus veel minder vaak een virusscanner (57% versus 80% onder cursisten met Nederlands als moedertaal). Hoog opgeleiden scoren op alle onderstaande stellingen in de nameting hoger dan cursisten met een laag opleidingsniveau.

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Attitude

In onderstaande grafiek zien we hoe cursisten denken over het gebruiken van de computer en E-overheid. Te zien is dat na het volgen van de cursus het aantal cursisten dat het nu leuk vindt om de computer te gebruiken stijgt van 21% naar 39%. Het aantal cursisten dat bang is iets verkeerds te doen, lag na de cursus 20% lager dan voor de cursus. Het aantal cursisten dat gestrest raakt daalde met 10%, en het aantal cursisten dat nog hulp nodig heeft met bijna een derde. In de nameting zegt een kwart meer cursisten dat het veilig voelt om met de E-overheid te werken. Er is geen significant verschil in het aandeel dat het belangrijk vindt om zaken te regelen via de E-overheid voor en na het volgen van de cursus. 

Onder mannelijke cursisten zien we vrijwel hetzelfde beeld als in het totaalbeeld en ook bij vrouwen komt datzelfde beeld terug. Al zien we dat nog minder vrouwen in de nameting zeggen nog hulp nodig te hebben bij het gebruik van E-overheid (voor mannen is die groep met 29% kleiner geworden en onder vrouwen met 40%, niet in grafiek). Met andere woorden: voor vrouwen geldt nog meer dat ze na het volgen van de E-overheid cursus onafhankelijker zijn geworden in hun gebruik van E-overheid. Dat komt ook doordat de groep die in de voormeting afhankelijk was groter is onder vrouwen dan onder mannen (60% van de vrouwen zei toen hulp nodig te hebben versus 49% van de mannen, niet in grafiek). Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands zeggen nog veel vaker dan cursisten met Nederlands als moedertaal dat ze het nu leuk vinden om de e-overheid te gebruiken (59% versus 37%). Ook vinden zij het vaker belangrijk (12% verschil, niet in grafiek). Cursisten met een laag opleidingsniveau vinden het na het volgen van de cursus vaker leuk om de e-overheid te gebruiken dan cursisten met een hoog opleidingsniveau (43% versus 32%).

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Ervaren gevolgen cursus

Cursisten zijn positief over de gevolgen die zij ervaren van het meedoen aan de cursus. Bijna zes op de tien zeggen door de cursus beter mee te kunnen doen in de samenleving en ruim een derde een beetje beter. Ruim de helft zegt door de cursus minder afhankelijk te zijn van anderen en vier op de tien een beetje minder afhankelijk. Bijna twee derde zegt nu meer te durven met de E-overheid en ruim een kwart een beetje meer. Slechts 7% zegt door het volgen van de cursus beter een baan te kunnen vinden, maar 66% weet dit niet, waarschijnlijk doordat ze geen baan zoeken. Van de cursisten die de cursus zijn gaan volgen om beter een baan te kunnen zoeken zegt 37% nu beter een baan te kunnen vinden en 15% zegt een beetje beter een baan te kunnen vinden. Van de werkzoekenden zegt 30% beter een baan te kunnen vinden en 28% een beetje beter. (niet in grafiek).

Zeven op de tien cursisten krijgt na het volgen van deze cursus zin om nog meer te leren en twee op de tien een beetje zin. Grofweg de helft gaat de computer vaker gebruiken (een kwart een beetje vaker) en ook de bibliotheek vaker gebruiken voor andere dingen (16% een beetje vaker). We zien geen grote verschillen wanneer we mannen en vrouwen vergelijken. Iets minder vrouwen geven aan nu meer met de computer durven te doen (62% versus 68% onder mannen, niet in grafiek).

Cursisten met een hoog opleidingsniveau zeggen vaker dan cursisten met een laag opleidingsniveau nu minder afhankelijk te zijn van anderen (10% vaker) en nu meer met de E-overheid te durven doen (ook 10% vaker). Cursisten met een laag opleidingsniveau zeggen vaker de computer nu meer te gaan gebruiken (10%, allen niet in grafiek).

Cursisten met een andere moedertaal dan Nederlands zeggen nog vaker door de cursus beter mee te kunnen doen in de maatschappij (67% van hen zegt dit versus 56% onder cursisten met Nederlands als moedertaal). Ook zeggen zij vaker nu een baan te kunnen vinden (21% vaker). Daarnaast zeggen zij vaker de bibliotheek nu meer te gaan gebruiken (12% vaker), zin hebben om door te leren (14% vaker) en de computer nu ook vaker te gebruiken (9% vaker).

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.

Beoordeling cursus

De E-overheid-cursussen worden heel goed beoordeeld: ruim negen op de tien vond de uitleg van de begeleider duidelijk, ook negen op de tien vond de inhoud van het lesmateriaal duidelijk (dat is een nog groter aandeel dan bij de Computer & Internet cursussen). Negen op de tien vonden het tempo van de cursus goed, voor 7% ging het te snel en voor 4% te langzaam. Bijna alle cursisten vonden de cursus (heel) goed, slechts 3% beoordeelde deze neutraal. Ook in deze module geldt dat er rekening moet worden gehouden met de sociaal wenselijke antwoorden die cursisten wellicht geven bij het evalueren van de cursus.

Hier zijn alleen cursisten meegenomen die aan zowel voor- als nameting hebben meegedaan. Het aantal respondenten is bij voor- en nameting niet helemaal gelijk, omdat niet alle respondent de betreffende vragen beantwoordden.