Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Tussentijdse balans Bibliotheekconvenant

Nieuwsbericht
Vergelijken
22 november 2022
In oktober 2020 is het Bibliotheekconvenant 2020-2023 ondertekend door VOB, SPN en KB en VNG, IPO en OCW. Centraal staan de afspraken over de bijdrage van de bibliotheekvoorziening in Nederland aan drie maatschappelijke opgaven. In het convenant ligt vast welke bijdrage ieder van de partijen kan leveren om een gezamenlijk toekomstbeeld dichterbij te brengen.
Inhoudsblokken

Met deze afspraken geven partijen uiting aan de gezamenlijke ambitie om binnen de kaders van de wet uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wsob en de aanbevelingen van de Raad voor Cultuur.

Halverwege de termijn van het convenant is door KWINK (in opdracht van de KB) een midterm review uitgevoerd om zicht te krijgen op de voortgang van de afspraken.

Midterm review

De voornaamste conclusies zijn dat de convenantpartners van mening zijn dat het goed en belangrijk is dat het convenant er is. Ze zijn positief en tevreden over het opgavegericht samenwerken. Het beeld onder de convenantpartners is dat een grote beweging is ingezet die de bibliotheeksector vooruit kan helpen. Daarbij is de Netwerkagenda een belangrijk instrument. De vertaalslag van de Netwerkagenda naar de praktijk is een punt van aandacht, evenals het vrijmaken van voldoende tijd om uitvoering te geven aan het convenant.

De drie maatschappelijke opgaven worden nog steeds als logisch en zinvol gezien. Rondom de opgave geletterde samenleving is veel actie ondernomen. Deze opgave lag ook het dichtst bij de sector en er waren al veel programma’s en activiteiten. Concrete resultaten in het kader van deze opgave zijn de wijziging van de Bibliotheekwet, waardoor iedereen onder de 18 jaar in Nederland (inclusief de BES-eilanden) een gratis lid kan worden van de bibliotheek en de subsidieregeling in het kader van het Leesoffensief, waarbij bibliotheken een extra impuls geven aan lees- en taalstimulering.

Activiteiten in het kader van de opgave participatie in informatiesamenleving zijn gestart, gerealiseerd of bleken niet haalbaar. Een concreet resultaat is bijvoorbeeld het landelijk dekkend netwerk van IDO’s bij bibliotheken.

De resultaten bij Leven Lang Ontwikkelen zijn het minst zichtbaar. Er zijn twee landelijke kernteams bezig met het invullen van deze opgave. Er zijn inmiddels verschillende pilots gestart die zich richten op sociaal-juridische dienstverlening, het bereiken van jongeren voor het IDO en op het gebied van duurzame arbeidsmarktparticipatie in het kader van Leven Lang Ontwikkelen (LLO).

Conclusie

De balans opmakend gaat het over het algemeen goed met het Bibliotheekconvenant. Er wordt uitvoering aan gegeven en op veel thema’s worden stappen gezet. De onderwerpen die onder de maatschappelijke opgaven en randvoorwaarden vallen zijn nog steeds relevant, en zijn nog genoeg acties te ondernemen. Inhoudelijke aanpassingen maken aan de inhoud van de maatschappelijke opgaven of randvoorwaarden is daarom niet nodig. 

Voor de verdere uitvoering van het convenant is het van belang de samenwerking tussen overheidspartijen en bibliotheeknetwerk meer prioriteit te geven. Het is daarbij ook belangrijk te blijven oefenen met netwerkgericht denken, waarbij niet één partij verantwoordelijk is, maar gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen wordt voor de uitvoering van een afspraak.

De partners hebben met elkaar uitgesproken te willen komen tot een nieuw convenant voor de volgende periode (2024-2027) met daarbij de afspraak dat de zes bij het convenant betrokken partijen elkaar minimaal tweemaal per jaar spreken.

Afbeelding
Beeldmotto Netwerkagenda