Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Netwerkagenda: interview met Kiekie Peijs (Bibliotheek West-Brabant) & Norma Verheijen (KB)

Nieuwsbericht
15 februari 2021
In oktober 2020 werd het Bibliotheekconvenant 2020-2023 van kracht. De daarin geformuleerde maatschappelijke uitdagingen en randvoorwaarden vinden hun concrete uitwerking in de Netwerkagenda. In twaalf programmateams komen experts uit het veld samen om binnen elk van deze thema’s stappen te zetten. Deze week is het woord aan Kiekie Peijs, educatiemanager 18+ bij de Bibliotheek West-Brabant, en Norma Verheijen, programmaleider educatie bij de KB, die zich samen hard maken voor de levenslange ontwikkeling die in de Netwerkagenda een fundamentele rol speelt.
Inhoudsblokken

Bevlogenheid

Ze zijn beiden al een tijd werkzaam in het bibliotheekveld: Kiekie Peijs en Norma Verheijen, die ieder vanuit hun lokale én landelijke ervaring kijken naar het vraagstuk rondom een leven lang ontwikkelen in de bibliotheek. Allebei hebben ze hun eigen weg bewandeld, met een sterke voorliefde voor educatie. Verheijen is sinds 2015 werkzaam bij de KB als programmaleider educatie en werkte daarvoor onder meer bij het SIOB en Cubiss. Peijs rolde in het bibliotheekwerk nadat zij terugverhuisde naar Brabant, met veel ervaring bij de landelijke overheid, waar zij, naar eigen zeggen, ook al werkte aan een ‘weerbare maatschappij’.

Kiekie Peijs en Norma Verheijen

Ze kunnen zich allebei verbazen over de verscheidenheid die de branche kent, juist dankzij het samenkomen van medewerkers met verschillende achtergronden. ‘Iedereen is op zijn eigen manier bevlogen over zijn werk,’ merkt Peijs op. ‘Dat verbindt ons als sector met elkaar.’

Die bevlogenheid komt ook tot uiting tijdens de overleggen over de uitwerking van de Netwerkagenda, merken de twee. ‘We hebben binnen ons programmateam, dat gericht is op een leven lang  ontwikkelen, al mooie stappen gezet. We hebben met veel directeuren aan tafel gezeten om het basisdocument te bespreken. Tijdens zulke schrijfsessies komt veel ter sprake, maar uiteindelijk komen we altijd tot een formulering waarin iedereen zich kan vinden. Nu ligt er een heldere tekst op basis waarvan we onze focuspunten hebben bepaald. Allereerst willen we de bestaande bibliotheekprogramma’s voor kwetsbare burgers voortzetten. Daarnaast gaan we toewerken naar een mooi programma rondom persoonlijke ontwikkeling, bedoeld voor zelfredzamen. Tot slot willen we middels pilots inzetten op duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.’

Kwetsbaar en zelfredzaam

Door die drie pijlers mag het misschien klinken alsof iemand kwetsbaar óf zelfredzaam is, maar dat is geenszins het geval, legt Verheijen uit. ‘Die termen riepen al in het begin van het traject veel vragen op. Het onderscheid tussen kwetsbaar en zelfredzaam is in feite flinterdun. Je kunt bijvoorbeeld op digitaal vlak heel ervaren zijn, terwijl je niet goed bent in taal. Ook kun je in de loop van je leven meer of minder vaardig worden. Dat zien we nu ook tijdens de coronacrisis: veel mensen zijn een stuk digitaal vaardiger geworden, maar voordat je het in de vingers hebt, voel je je even heel kwetsbaar.’

Niemand is, kortom, alleen maar kwetsbaar of zelfredzaam. ‘Dat is waar een leven lang ontwikkelen om draait,’ bevestigt Peijs. ‘Centraal staat een enthousiaste leerhouding, waardoor je kunt blijven meedoen in de maatschappij. Als bibliotheek moeten wij laten zien welke belangrijke rol wij daarin kunnen spelen.’

Want dat is de bibliotheek: een plek waar je, naast het formele onderwijs, op je eigen tempo en manier kunt leren, zoals je dat zelf prettig vindt. ‘Daarin zijn we onderscheidend ten opzichte van andere partijen op de markt,’ ziet Peijs. ‘We bieden een plek én programmering waarmee we iemands talenten onderzoeken. Bij ons kun je leren in een informele setting, zonder dwang, zonder het moeten halen van een diploma.’

Een certificaat is inderdaad leuk, maar is bij de bibliotheek niet het einddoel, bevestigt Verheijen. ‘We zijn de afgelopen tijd druk bezig geweest met het inkopen van online cursuspakketten voor zelfredzame volwassenen. Op 1 februari hebben we dit aanbod gelanceerd. We zagen meteen hoeveel animo er is voor blijven leren, zeker nu veel mensen thuiszitten. Cursussen over digitale vaardigheden zijn populair, maar verreweg de meest gevolgde module is die over geluk. Ook zulke onderwerpen bieden we aan.’

Breed basisaanbod

De coronacrisis maakt het digitale aanbod extra relevant, ziet ook Peijs. ‘Als lokale bibliotheek kunnen we heel veel diensten op dit moment niet verlenen. Met dit digitale aanbod blijven we zichtbaar voor en in contact met onze doelgroep. We organiseren bijvoorbeeld webinars over donorregistratie en zetten zelfs ook onze oefengroepen en spreekuren op het gebied van basisvaardigheden om naar een online variant. Dat vraagt ook veel van onze vrijwilligers: die zijn niet altijd gewend aan het gebruik van al die digitale middelen.’

Het liefst zou Verheijen zien dat de cursussen onderdeel worden van een breed basisaanbod, waaromheen bibliotheken een breder programma kunnen organiseren. ‘Dat is de kracht van de bibliotheek: we geven niet alleen uitleg, maar gaan ook in gesprek. We leggen bijvoorbeeld niet alleen uit hoe donorregistratie praktisch in zijn werk gaat, maar organiseren ook debatten waarbij men van gedachten kan wisselen over diepere vragen: wat betekent het om donor te zijn? Wie laat je daarover beslissen? Wat zijn de consequenties? Als we die verschillende vormen van ons aanbod aan elkaar weten te verbinden, vervullen we onze maatschappelijke functie optimaal.’

Die maatschappelijke rol kan de bibliotheek niet alleen vervullen, ziet ook Peijs. ‘We moeten dit niet in ons eentje willen doen. We werken met zoveel partijen samen, waardoor we soms minder snel gaan dan we misschien zouden willen. In veel gevallen zijn we afhankelijk van andere partijen die klanten of cliënten doorsturen naar de bibliotheek. Met enthousiaste wethouders en ambtenaren kom je al een heel eind: die helpen om de touwtjes aan elkaar te knopen.’

Soms betekent onderdeel zijn van zo’n hecht netwerk ook dat de bibliotheek niet de instantie is die iemand verder kan helpen. ‘Wat is je leerwens, vragen wij altijd aan mensen bij hun intake,’ vertelt Peijs. ‘Soms verwijzen we dan door, omdat de bibliotheek niet de plek blijkt waar deze persoon het best terechtkan. Het liefst zouden we iedereen bedienen, maar wie dat lukt, bevindt zich in een luxepositie. Die doorgaande lijn creëren we nu met elkaar.’