Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Samenwerking tussen bibliotheek en basisschool

Onderzoeksartikel
Laatst bijgewerkt: 17 mei 2022
De samenwerking tussen basisscholen en bibliotheken is van groot belang om kinderen een extra impuls te geven ook buiten het klaslokaal te lezen. Om kinderen te stimuleren gebruik te maken van de bibliotheek, kunnen zij vrijwel overal gratis lid worden. Daarnaast hebben bibliotheken een brede fysieke en digitale jeugdcollectie, organiseren ze activiteiten en werken ze nauw samen met het onderwijs, bijvoorbeeld via BoekStart en de Bibliotheek op school. Deze samenwerkingen hebben een positief effect op leesfrequentie en leesplezier.
Afbeelding
Jong meisje in bibliotheek
Inhoudsblok

Basisschool en bibliotheek essentieel bij voorkomen laaggeletterdheid

Voor de doelgroep jeugd zijn de basisschool en de bibliotheek essentiële voorzieningen om laaggeletterdheid te voorkomen. De scholen bieden leesonderwijs dat ervoor zorgt dat kinderen goed leren lezen. De bibliotheek maakt hen wegwijs in de wereld van boeken en zorgt ervoor dat kinderen ook willen lezen. Wie gemotiveerd is, om te lezen houdt vanzelf zijn leesvaardigheid op peil, ook nadat hij de school heeft verlaten. De onderwijstijd alleen is echter vaak te beperkt om de taalresultaten te behalen die scholen nastreven. Scholen kiezen er daarom voor samen met de bibliotheek in te zetten op lezen in de vrije tijd. Op die manier maakt de school gebruik van ‘leertijd’ buiten school om de taalontwikkeling van kinderen een extra impuls te geven (Broekhof, 2017). 

De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen

Zorgen dat kinderen met begrip kunnen lezen is misschien wel een de belangrijkste opdrachten van het onderwijs. Zonder deze vaardigheid zijn kinderen niet in staat te leren van teksten. Daardoor kunnen zij niet alleen onvoldoende meedoen op school, maar kunnen ze ook niet voluit deelnemen aan de huidige informatiesamenleving. Maar wat is leesbegrip eigenlijk? Hoe komt het tot stand? En hoe kunnen leraren het leesbegrip van hun leerlingen bevorderen? Op die vragen geeft de publicatie De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen van Stichting Lezen antwoord. Belangrijk is bijvoorbeeld om leerlingen kennis van woorden en de opbouw van teksten bij te brengen en lees- en schrijfonderwijs met elkaar te combineren. Ook is het belangrijk te discussiëren over teksten en te zorgen voor een motiverende leesomgeving (Houtveen & Van Steensel, 2022).

Leesplezier betekent meer en beter lezen

Kinderen die plezier hebben in lezen, lezen meer en daardoor ook beter. Zo hebben kinderen die in hun vrije tijd veel lezen 70% kans om gemiddeld tot hoog te scoren op een woordenschattoets. Onder kinderen die weinig lezen is dat slechts 30% (Bus et al., 1994). Ook heeft het regelmatig lezen van (uitdagende) boeken een positief effect op Citoscores (Kortlever & Lemmens, 2012). Een groeiende leesvaardigheid geeft een gevoel van competentie en helpt de leesmotivatie in stand te houden. Daardoor blijven kinderen lezen en hebben ze daar steeds meer profijt van. Ook zwakke lezers hebben profijt van lezen in de vrije tijd. Zij hebben betere basisvaardigheden, zoals alfabetkennis, dan zwakke lezers die in hun vrije tijd niet lezen (Mol & Bus, 2011). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over vrij lezen.

Leesmonitor

De Leesmonitor vertaalt onderzoeken over lezen, leesbevordering en literatuureducatie naar een breder publiek. Aan de hand van zeven thema’s komen de belangrijkste aandachtsgebieden binnen leesbevordering en literatuureducatie aan bod: cultuur, gedrag, motivatie, vaardigheid, leesbevordering, literatuureducatie en digitalisering. De Leesmonitor is een initiatief van Stichting Lezen, het kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering en literatuureducatie. Op de Leesmonitor bundelt Stichting Lezen relevante onderzoekskennis om een representatief beeld te schetsen voor Nederlandse kinderen en volwassenen. Deze kennis is afkomstig uit publicaties van Stichting Lezen, maar ook van onderzoeksinstituten, marktonderzoeksbureaus, universiteiten, wetenschappelijke tijdschriften en andere instanties uit het veld die onderzoek initiëren, zoals de KB.

Gratis lidmaatschap en leesbevordering als kernfunctie

Nederland telt bijna 1,6 miljoen kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar (CBS, 2021). Gemiddeld is 69% van deze doelgroep lid van de bibliotheek. Tussen het schooljaar 2017-2018 en 2019-2020 steeg het aandeel leden in deze leeftijdscategorie licht; destijds was 67% van de kinderen van 4 tot en met 12 jaar lid van de bibliotheek (Van de Burgt & Van de Hoek, 2022; KB, 2019). Om kinderen onder de 18 jaar te stimuleren gebruik te maken van de bibliotheek, kunnen zij in de meeste bibliotheken gratis lid worden. Vanaf 1 juli 2022 geldt dat voor alle bibliotheken (Rijksoverheid, 2022). Dit sluit tevens aan bij het feit dat ‘het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur’ expliciet is opgenomen als kernfunctie van de bibliotheek in de Wet stelsel openbare bibliotheek voorzieningen (Wsob, artikel 5).

Diverse dienstverlening aan jeugd

De dienstverlening van de bibliotheken voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar is divers. Landelijk is het doel gesteld de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de jeugd te versterken door hun vaardigheden op het gebied van taal, lezen en media te ontwikkelen. Daar dragen bibliotheken op verschillende manieren aan bij, zoals met de fysieke jeugdcollectie, e-books voor jeugd en informatie voor werkstukken en spreekbeurten. Daarnaast organiseert de bibliotheek activiteiten, kunnen jonge lezers terecht op Jeugdbibliotheek.nl en wordt er samengewerkt met scholen, bijvoorbeeld via landelijke programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school.

Masterplan Basisvaardigheden

Steeds meer leerlingen verlaten het onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is onder meer te zien in het PISA-onderzoek van 2018: 24% van de leerlingen verlaat de middelbare school met onvoldoende taalvaardigheden. Ook de leesmotivatie van leerlingen loopt terug. Op meerdere van deze vlakken hebben basis- en middelbare scholen nog geen curriculum beschikbaar. Daarom heeft de Rijksoverheid in 2022 het Masterplan Basisvaardigheden ontwikkeld. Met dit plan spreekt minister Wiersma de ambitie uit om de teruggang van de beheersing van de basisvaardigheden te keren. Het masterplan bestaat uit vijf pijlers (Wiersma, 2022):

  1. Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren
  2. Effectieve leer- en ontwikkelmiddelen, bijvoorbeeld door digitale geletterdheid op te nemen in het curriculum
  3. Aansluiting bij de school en de omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van extra aandacht voor lezen en boeken op school, onder meer via de Bibliotheek op school
  4. Meer monitoring, onderzoek en scherper toezicht
  5. Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs

Nauwe samenwerking met het onderwijs

De KB brengt jaarlijks de samenwerking met het basisonderwijs in kaart. Alle bibliotheekorganisaties die deelnamen aan dit onderzoek werkten in het schooljaar 2020-2021 samen met het primair onderwijs. Deze bibliotheken verzorgden activiteiten en programma’s op het gebied van leesbevordering (voor 74% van de scholen) en digitale geletterdheid (voor 32% van de scholen). In totaal bedienden de bibliotheken in dit schooljaar 5.386 basisscholen (78% van de scholen in Nederland) (Van de Burgt & Van de Hoek, 2022).  

Leesbevordering in het beleid van basisscholen

In 2019 was bij iets meer dan de helft van de basisscholen leesbevordering opgenomen in het beleidsplan van de school, liet onderzoek van Stichting Lezen zien. In 2014 gold dit nog voor driekwart van de basisscholen. Verder had anno 2019 ruim een derde van de basisscholen een leesplan en een jaarprogramma, evenals in 2014. Een vijfde van de locaties zonder de Bibliotheek op school heeft geen specifiek beleid voor leesbevordering, tegenover 8% van de locaties met de Bibliotheek op school. Ruim de helft van de scholen beschikt over een leescoördinator; iets minder dan de helft beschikt over een taalcoördinator. Ook hierin is een duidelijk verschil tussen scholen zonder vestiging van de Bibliotheek op school en met. Op de scholen die wel over een lees- en/of taalcoördinator beschikken, is er veelal één coördinator  beschikbaar voor alle groepen. De meerderheid van de schoolleiders geeft aan dat er één tot twee uur per week beschikbaar is voor de taken van de leescoördinator (Willemsen & Elphick, 2019).

Samenwerking geprofessionaliseerd

De samenwerking tussen bibliotheken en het primair onderwijs is sterk geprofessionaliseerd. In vergelijking met voorheen is er sprake van een structureler en doelgerichter leesbeleid en hoger geschoold bibliotheekpersoneel: 70% is minimaal hbo-geschoold. Ook werken bibliotheken gericht aan de professionalisering van de intermediair. Zo biedt 41% van de bibliotheken in samenwerking met het primair onderwijs informatieavonden over lezen voor ouders aan. Ook organiseert 72% van de bibliotheken workshops en trainingen voor leerkrachten op het gebied van leesbevordering. Daarmee is het aanbod van de bibliotheken voor het primair onderwijs gericht op de ‘gouden driehoek’ voor leesbevordering: de kinderen, de ouders en de leerkrachten (Van de Burgt & Van de Hoek, 2022; KB, 2019). 

Bron: Van de Burgt & Van de Hoek, 2020.

Samenwerking volgens landelijke programmalijn

Naast de reguliere samenwerking werken veel bibliotheken ook samen met het primair onderwijs volgens landelijke programmalijnen, zoals de aanpak de Bibliotheek op school. Deze aanpak maakt deel uit van een doorgaande lijn binnen het OCW-programma Tel mee met Taal. BoekStart vormt het begin van deze beleidslijn, gevolgd door de Bibliotheek op school basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De aanpak is ontwikkeld en ingezet door Stichting Lezen en de KB, als onderdeel van Kunst van Lezen. Het doel is om op basis van een aantal vastgestelde bouwstenen samen met scholen de leesmotivatie, taal- en informatievaardigheden van leerlingen te verbeteren. Bibliotheken, scholen en gemeenten werken op strategisch niveau structureel samen aan de taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren.

Samenwerking tussen bibliotheken en primair onderwijs volgens de Bibliotheek op school: drie organisatieniveaus

Afbeelding
Samenwerking Landelijk, Provinciaal en Lokaal

Bron: de Bibliotheek op school, 2018.

De Bibliotheek op school bereikt ruim drieduizend scholen

In totaal werd de aanpak de Bibliotheek op school of een vergelijkbaar programma in het schooljaar 2020-2021 gevolgd door 122 (basis)bibliotheken. Daarmee zijn in totaal 3.261 scholen en circa 484 duizend leerlingen bereikt (Van de Burgt & Van de Hoek, 2022). Van de leerlingen die een Bibliotheek op school hebben en deze weleens bezoeken, komt 60% graag in de schoolbibliotheek. Circa de helft van deze leerlingen die weleens in de schoolbibliotheek komen, vindt dat er genoeg leuke leesboeken en/of informatieboeken te vinden zijn (Hartkamp, 2020). Voor basisscholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school zijn het vergroten van het leesplezier en de taal- en leesprestaties de belangrijkste redenen om mee te doen (Van Grinsven et al., 2014; DUO Onderwijsonderzoek & Advies, 2019).

Afbeelding
Infographic samenwerking primair onderwijs 2019-2020 - Landelijk
De Bibliotheek op school voor pabo's

In het schooljaar 2017-2018 is gestart met drie pilots om de samenwerking tussen bibliotheken en de pabo te stimuleren. In het schooljaar 2018-2019 zijn daarnaast vier nieuwe pabo-locaties met de aanpak gestart.

Binnen deze pilots wordt aandacht besteed aan de volgende zaken:

  • Leesbevordering krijgt een structurele, toonaangevende plek binnen het curriculum van pabo’s. Opleidingsdocenten zijn goed op de hoogte van leesbevorderingsactiviteiten en hoe die in te zetten tijdens hun lessen;
  • Toekomstige leerkrachten worden erop voorbereid om tijdens hun lessen te werken met kinderboeken;
  • De aanpak van de Bibliotheek op school wordt structureel onder de aandacht gebracht van docenten en studenten op de pabo;
  • De fysieke en digitale bibliotheek op de pabo is voorzien van een actuele collectie, die veelvuldig ingezet wordt ten behoeve van het voorbereiden van stagelessen en voor eigen gebruik;
  • De pabo en de bibliotheek werken structureel samen en gebruiken daarbij elkaars expertise;
  • De Bibliotheek op school en het belang van lezen worden onder de aandacht gebracht van alle opleidingsdocenten van betrokken pabo’s, zodat lezen ook wordt geïntegreerd in andere vakken dan Nederlands (Langendonk & Van Dalen, 2019).

Uit een evaluatie via de Monitor de Bibliotheek op school onder 863 pabo-studenten blijkt echter dat slechts een derde van de studenten minstens één keer per week voor het plezier een boek leest, en dat maar 9% wekelijks over deze boeken praat. Een kwart (24%) weet niet te vertellen of hun pabo over een eigen boekencollectie beschikt waaruit zij kunnen lenen. De studenten geven zichzelf een 6,1 voor hun kennis van kinderboeken en jeugdliteratuur. De helft (48%) zegt niet genoeg te weten over leesbevordering om kinderen enthousiast te maken voor lezen (Monitor de Bibliotheek op school pabo, 2021).

De Bibliotheek op school laat leerlingen hoger scoren op begrijpend lezen

Uit onderzoek naar de effecten van de aanpak van de Bibliotheek op school blijkt dat het landelijke leesbevorderingsprogramma effectief is in de strijd tegen laaggeletterdheid. Kinderen op scholen die de aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere leesvaardigheid dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de boekencollectie. Zo scoren de leerlingen op scholen die deelnemen aan de Bibliotheek op school significant hoger op begrijpend lezen dan leerlingen op andere scholen (Nielen & Bus, 2016). Uit onderzoek naar de effecten van de schoolbibliotheek op het leesgedrag van niet-westerse migrantenleerlingen blijkt dat er een positief effect is op de woordenschat. Daarnaast vonden de leerlingen lezen na verloop van tijd belangrijker dan leerlingen op een school zonder schoolbibliotheek (Kleijnen, 2016).

Boekencollecties en activiteiten op basisscholen

Vrijwel alle basisscholen beschikken over een boekencollectie. Bij de Bibliotheek op school-locaties gaat het vaker om een schoolbibliotheek, terwijl andere scholen vaker leesboeken in de klas hebben staan. Op de meerderheid van de scholen (60%) mogen leerlingen onbeperkt boeken uitkiezen; bij de Bibliotheek op school-locaties beduidend vaker dan bij andere scholen. Op ongeveer een derde van de scholen mogen leerlingen ook boeken uit de collectie mee naar huis nemen. Slechts 4% van alle scholen biedt (ook) digitale boeken aan. Ook besteden leerkrachten op vrijwel alle basisscholen wordt aandacht aan leesbevorderende activiteiten in de les, vaak in de vorm van vrij lezen en voorlezen. Leesgesprekken, boekenkringen en boekintroducties komen wekelijks tot maandelijks voor. Hierin zijn geen significante verschillen gevonden tussen leerkrachten van de Bibliotheek op school-locaties en andersoortige scholen (Willemsen & Elphick, 2019).

Positieve effecten zichtbaar met Monitor de Bibliotheek op school

Met de Monitor de Bibliotheek op school worden de activiteiten op school en het leesgedrag en leesplezier van leerlingen jaarlijks in kaart gebracht en gevolgd. In de Monitor wordt ook ingegaan op de mate waarin de Bibliotheek op school wordt ingezet en de effecten die dit heeft op de leesvaardigheid van de leerlingen. Zo blijkt dat leesbevorderende activiteiten een positieve invloed hebben op de leesfrequentie en het leesplezier van leerlingen. Ook noemen leerlingen met een actieve Bibliotheek op school meer verschillende tipgevers voor leuke boeken en kennen zij meer manieren om aan boeken te komen (Hartkamp, 2020).

Effectiviteit verschilt per doelgroep

Wel verschilt de effectiviteit van de Bibliotheek op school sterk per doelgroep. Zo lezen leerlingen in hogere leerjaren minder, minder graag, halen ze minder boeken bij de bibliotheek op school en zijn minder positief over de schoolbibliotheek. Ook vinden meisjes lezen veel leuker dan jongens en lezen ze ook meer (Kleijnen, 2016; Hartkamp, 2020). Ook lijkt vrij lezen in het basisonderwijs alleen effect te hebben op de leesfrequentie van de kinderen die al lezen. Voor de aarzelende lezers is alleen vrij lezen niet genoeg; zij hebben waarschijnlijk meer begeleiding nodig om hiervan te kunnen profiteren. Voorlezen blijkt in dat kader zeer geschikt: het heeft een positief effect op alle leerlingen (Van der Sande et al., 2019).

Ondersteuning voor zwakke lezers

Met de pilot Aangepast lezen en Makkelijk Lezen Plein in de Bibliotheek op school is nader onderzocht wat er nodig is om het leesplezier van leerlingen met een leesbeperking te bevorderen. Deze pilot is opgezet omdat de reguliere collectie van de Bibliotheek op school niet voldoende aansloot op de behoefte van kinderen met dyslexie of grote leesmoeilijkheden. Kinderen maakten kennis met de gesproken boeken van Stichting Aangepast Lezen op Daisy-rom of via Superboek, karaokelezen met Yoleo en de Makkelijk Lezen Plein-boeken. De start met een luisterboek stimuleert de overstap naar het fysieke boek. Het gebruik van de juiste materialen en manieren geeft zwakke lezers weer plezier in lezen. Ook de leerkrachten zien de materialen als een belangrijke toevoeging om kinderen op een leuke manier te begeleiden in het leesproces (Geevers et al., 2014; Van der Aa et al., 2016).

Oproep tot leesbevordering: Leesoffensief en Bibliotheekconvenant

Leesvordering staat hoog op de agenda. Zo deden de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad in 2019 een oproep tot een heus leesoffensief. Bibliotheken moeten volgens dit document een leescultuur tot stand weten te brengen die wordt gedragen door leesbevorderaars en -specialisten (Raad voor Cultuur & Onderwijsraad, 2019). Hiertoe werden subsidies om deze zaken te bekostigen verhoogd (Raad voor Cultuur, 2020). Daarnaast neemt leesbevordering een belangrijke plaats in in het Bibliotheekconvenant 2020-2023, dat op 1 oktober 2020 werd ondertekend. Daarin wordt leesbevordering genoemd als een van de drie maatschappelijke opgaven waaraan de komende tijd in gezamenlijkheid wordt gewerkt. Zo komt er extra aandacht voor jongens, vmbo'ers en jongeren met een meertalige achtergrond, omdat zij vaak de meeste moeite hebben met lezen. Bibliotheken die hun collecties, expertise en activiteiten voor deze doelgroepen willen uitbreiden, konden hiervoor een financiële bijdrage ontvangen via de subsidieregeling Leesoffensief (VOB et al., 2020). In 2021 hebben 123 bibliotheken subsidie ontvangen om hun dienstverlening uit te breiden (KB, 2021).

Bronnen