Basisvaardigheden volwassenen
Op deze pagina vind je onderzoeksinformatie over basisvaardigheden voor volwassenen, zoals onderzoeksrapporten, cijfers en trends en effectmetingen.
Inhoudsblok

Onderzoek van de KB

Artikelen op Bibliotheekinzicht, basisvaardigheden algemeen

Rapportages

Onderzoek naar de exploitatiemodellen door Ecorys, 2020.

In het programma Digitale inclusie zijn 15 kopgroep-bibliotheken in 2019 gestart met een fysiek Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) voor mensen met vragen over de digitale overheid. Ook hebben zij het cursusaanbod voor (digitale) basisvaardigheden geïntensiveerd.

De KB en de Manifestgroep (MFG)-partijen lieten onderzoeken wat nodig is voor structurele borging van deze dienstverlening. Onderzoeksbureau Ecorys heeft dit inzicht geleverd:

  • de werkelijk gemaakte kosten en de verwachte kosten bij een toename in het bereik
  • de verwachte maatschappelijke baten
  • de ervaringen van de kopgroep met de uitvoering van het programma en de lessen voor andere bibliotheken

Exploitatiemodellen

Er zijn 3 uitvoeringsvarianten van de IDO's onderscheiden en dus 3 exploitatiemodellen:

1 'Basis'

Dit IDO heeft een vaste balie of ruimte voor bezoekers tijdens spreekuren. Vragen buiten de spreekuren beoordeelt door een bibliotheekmedewerker: meteen beantwoorden of doorverwijzen naar het spreekuur. Deze variant staat op zichzelf; het is geen onderdeel van een breder informatiepunt. De focus ligt op vragen over de MFG-partijen.

2 'Altijd beschikbaar'

Dit IDO is altijd open; medewerkers fungeren als een 'lopend IDO'. Dit is geen 'spreekuur'-variant. Indien nodig voor de privacy wordt een vraag beantwoord in een aparte ruimte.

3 'Brede dienstverlening'

Dit IDO is onderdeel van een breder informatiepunt, gericht op een breed scala aan vragen, en werkt  met spreekuren. De bibliotheek beantwoordt de vragen zelf, of in een 'Informatieplein' met partners.

Structurele kosten

Ambitiescenario

De partijen ambiëren laagdrempelige dienstverlening en zo groot mogelijk bereik: jaarlijks 20 procent bezoekers en cursisten (= 800.000 burgers) van de totale doelgroep. Hiervoor is tijd nodig. De gemiddelde jaarlijkse exploitatiekosten bedragen 44 duizend euro per vestiging met een IDO.

Ingroeiscenario

Jaarlijks bereik: 10 procent van de doelgroep. De kosten bedragen gemiddeld 27 duizend euro per IDO-vestiging.

Digivaardigheidscursussen

Het cursusaanbod is niet onderverdeeld in modellen, omdat er geen relevante verschillen in inrichtingskeuzes zijn geconstateerd. In het ambitiescenario zijn de exploitatiekosten voor de 15 kopgroep-bibliotheken 2,0 miljoen euro. In het ingroeiscenario bedragen de kosten 1,0 miljoen euro. Daarnaast maken andere partijen kosten om de IDO’s en digivaardigheidscursussen aan te bieden.

Maatschappelijke baten

Voor de IDO’s en het cursusaanbod zijn de maatschappelijke baten ingeschat. Dit na gesprekken met mensen uit de praktijk, en kengetallen en literatuur. Ook zijn er niet in geld uit te drukken positieve effecten. In totaal: 4,0 miljoen euro. Of deze effecten werkelijk plaatsvinden, moet worden gemonitord.

Randvoorwaarden

Voor de verwachte effecten en baten gelden in ieder geval twee randvoorwaarden:

  • Succesvolle 'warme' doorverwijzing door de bibliotheek.
  • Succesvol bereik van de doelgroep, te vergroten door bekendheid te genereren en verwijsafspraken te maken met lokale partijen.

Landelijk dekkend netwerk

De kosten van een landelijk dekkend netwerk zijn vooral afhankelijk van het aantal vestigingen met een IDO. Drie varianten zijn doorgerekend, uitgaande van het model 'brede dienstverlening':

  • er komt één IDO in elk van de 150 basisbibliotheken
  • in elk van de 800 bibliotheekvestigingen komt een IDO
  • in 400 van de 800 bibliotheekvestigingen komt een IDO. Deze variant sluit aan bij de 'IDO-dekkingsgraad' van de kopgroep-bibliotheken.
    Er zijn twee sub-varianten:
    - een IDO in alle 400 vestigingen met brede dienstverlening en ruime openingstijden
    - een IDO in 150 basisbibliotheken met brede dienstverlening en ruime openingstijden, een IDO in de overige 250 vestigingen volgens het basismodel

Of de maatschappelijke baten bij landelijke uitrol groter zijn dan de kosten, hangt onder meer af van het aantal IDO-vestigingen. Variant 3 geeft waarschijnlijk de beste balans tussen tussen vraag en dienstverlening, en voldoet aan het uitgangspunt van landelijke dekking.

Download het Ecorys-rapport Onderzoek naar Exploitatiemodellen IDO.

Instrumenten

Zie ook: Ontwikkelingen monitoring volwasseneneducatie

Monitoring van de volwasseneneducatie door bibliotheken geeft inzicht in de effecten en de impact van het aanbod basisvaardigheden. Zowel landelijk als lokaal veranderen er zaken. Probiblio beschrijft de ontwikkelingen. Hieronder volgt een samenvatting.

Sinds 2014 wordt de volwasseneneducatie niet meer uitsluitend gegeven door het ROC en werkte het veld toe naar een nieuwe situatie. Hierin is plaats voor aanbod van ROC’s én andere organisaties. Bibliotheken kunnen zich als aanbieder van non-formeel aanbod laten gelden. Inmiddels is dit beleid realiteit. Gemeenten zijn sinds 2020 verantwoordelijk voor de volwasseneneducatie.

Het landelijke Tel mee met Taal-programma 2020-2024 beschrijft de kwaliteit, borging en monitoring. Er vindt meer sturing plaats op kwaliteit en kwantiteit.

Landelijke output monitor voor non-formeel aanbod

De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op de kwaliteit van formele educatietrajecten van taalaanbieders; ook binnen de WEB.
Er komt geen verplicht landelijk kwaliteitslabel voor trajecten van non-formele aanbieders. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit hiervan.

Ook komt er geen verplicht landelijk keurmerk, omdat gemeenten te maken hebben met verschillende aanbieders, divers aanbod en een gemêleerde doelgroep. Bovendien schrikt een te zwaar kwaliteitsregime met name (kleinere) aanbieders af die werken met vrijwilligers.

Wel komt er een Landelijke outputmonitor voor een effectieve aanpak van laaggeletterdheid. Deze monitor moet de landelijke politiek inzicht geven in de resultaten, én gemeenten helpen een betere regiefunctie te krijgen en houden. Het Rijk, CBS en gemeenten werken hierin samen. Naar verwachting voert het CBS de outputmonitor in 2022 in.

Gemeentelijke monitoring op ouput en outcome

Gemeenten zijn alleen verplicht om kwantitatieve gegevens aan te leveren. Zij bepalen zelf of ze breder willen monitoren op bijvoorbeeld outcome. Al dan niet gezamenlijk, kijken de gemeenten van een arbeidsmarktregio bij inkoop naar onder meer de kwaliteit die ze willen leveren.

De vraag is hoe de gemeente meer zicht en grip krijgt op kwaliteit. En hoe zij dit met aanbieders kan bespreken. VNG en Divosa laten hiervoor een Handreiking breed kwaliteitsbeleid laaggeletterdheid ontwikkelen.

Qwasp

Er zijn geen landelijke verplichtingen voor outcome. Dit is wel relevant voor gemeenten. Daarom biedt Maurice de Greef de Qwasp monitor volwasseneneducatie. Qwasp is uitsluitend bestemd voor gemeenten. Hiermee kunnen zij hun partners vragen om impactgegevens te leveren. Het aantal vragen is aan te passen aan de trajectgrootte. Landelijk wordt Qwasp gezien als belangrijk voor de volwasseneneducatie. Als er veel gemeenten meedoen, levert het kwalitatief inzicht.

KB: landelijke monitoring voor bibliotheken

Voor de kwantitatieve gegevens van het IDO ontwikkelde de KB een ouputregistratietool. Deze is sinds 24 juni beschikbaar en meet aantallen en typen vragen. Op langere termijn is de ambitie door te ontwikkelen naar output-tool voor al het taal- en digitaalaanbod.

De Impactmonitor bevat modules waarmee bibliotheken de effecten van hun cursussen en taalactiviteiten kunnen meten.

De bibliotheek en inhoud en kwaliteit meten

Voor de bibliotheek en het taalnetwerk zijn inhoud en kwaliteit belangrijke onderwerpen. Samen maken zij afspraken over wat zij willen bereiken en met welke kwaliteit. Dit maken zij inzichtelijk via monitoring. In de keuze hoe wordt gemonitord, zijn zij vrij, rekening houdend met afspraken die met de gemeente zijn gemaakt.

Naast de verplichte output voor het CBS kan de bibliotheek kiezen voor onder meer: deelnemers­registratie, taal/digi-vrijwilligersregistratie en de thema’s taal NT1 & NT2, inburgering, digitaal.

De meestgebruikte monitorsystemen bij bibliotheken zijn:

  • Fenna – systeem dat bibliotheken al gebruikten voor vrijwilligersregistratie en met een Taalhuis-module is uitgebreid.
  • Match – vernieuwde versie (2021) van Het Begint met Taal voor aangesloten taalcoachorganisaties.
  • MS Excel in combinatie met de KB-Impactmonitor of een eigen monitor.

De KB, Het Begint met Taal en Qwasp hebben afgesproken om bij alle ontwikkelingen samen te werken om dubbel werk te voorkomen. Daarnaast maken ze een vergelijkingsdocument met een overzicht van hun landelijke systemen.

Lees het volledige artikel op Probiblio.nl

Dossiers

Ander onderzoek

Algemeen

Onderzoek Laaggeletterdheid

Onderzoek ouderen

Onderzoek zorg en welzijn

Onderzoek aanbod