Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Samenwerking met het voortgezet onderwijs 2021-2022

  1. Samenvatting

Samenvatting van dit onderzoek

Bibliotheken leveren een belangrijke bijdrage aan leesbevordering en digitale geletterdheid voor jongeren van 12 tot en met 18 jaar. Dit doen ze onder andere in samenwerking met het voortgezet onderwijs – met landelijke programma’s zoals de Bibliotheek op school, maar ook in lokaal ontwikkelde programma’s en initiatieven.

Ruime meerderheid bibliotheken werkt samen met voortgezet onderwijs

Van alle openbare bibliotheken in Nederland met een schoolvestiging voor het voortgezet onderwijs in het werkgebied werken 119 bibliotheken (88%) samen met het voortgezet onderwijs. In totaal wordt met 829 schoollocaties samengewerkt: 43% van alle schoollocaties in het werkgebied van de bibliotheken. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2020-2021, toen werd samengewerkt met 37% van alle schoollocaties in het werkgebied. Van alle schoollocaties waarmee wordt samengewerkt, is met 260 een getekende samenwerkingsovereenkomst (57%), zoals de Bibliotheek op school

De samenwerking tussen bibliotheken en scholen in het voortgezet onderwijs kan worden gevat in de sterrenchecklist, waarbij 1 ster staat voor een minimale samenwerking en 4 sterren voor een optimale samenwerking. Bij twee derde van de schoollocaties waarmee wordt samengewerkt scoort de samenwerking tussen bibliotheek en schoollocatie 1 ster (68%): zij scoorden tussen de 1 en 25% van de totaal te behalen punten. In totaal zijn er 5 scholen die het maximaal aantal sterren hebben behaald.

Vier op de vijf werken samen rondom leesbevordering

Van alle bibliotheken in Nederland met een schoollocatie voor voortgezet onderwijs in hun werkgebied, werkt 84% samen op het gebied van leesbevordering. Daarmee worden in totaal 734 schoollocaties bereikt. Bibliotheken hebben een duidelijke inhaalslag gemaakt in het aantal samenwerkingen rondom leesbevordering. Na een daling in 2020-2021 ligt het aantal samenwerkingen rondom leesbevordering weer op het niveau van 2019-2020. Bibliotheken vullen de samenwerking rondom leesbevordering met name in met het leveren van collecties aan scholen (74%), en het organiseren van groepsbezoeken aan de bibliotheekvestiging (74%). Vergeleken met vorig schooljaar geven meer bibliotheken advies rondom taal- en leesbeleid (54%), en meer bibliotheken stellen een leesplan op (31%). 

Een derde werkt samen rondom digitale geletterdheid 

In het schooljaar 2021-2022 werkten 44 bibliotheken samen met 118 locaties voor voortgezet onderwijs rondom digitale geletterdheid. Het betreft 33% van alle Nederlandse bibliotheken met een schoollocatie voor voortgezet onderwijs in hun werkgebied. Ook hier gaat het zowel om reguliere samenwerkingen en losse programma’s als om samenwerkingen met een getekende overeenkomst. 

Het aantal samenwerkingen rondom digitale geletterdheid is gegroeid: van 85 samenwerkingen in 2020-2021 naar 118 samenwerkingen in 2021-2022. Digitale geletterdheid blijft als onderdeel van de samenwerking een belangrijk aandachtspunt. Ondanks de groei in 2021-2022 ten opzichte van 2020-2021 ligt het aantal samenwerkingen rondom digitale geletterdheid nog niet op het niveau vóór 2020-2021.

Actieve verkenning nieuwe samenwerkingen

In het schooljaar 2021-2022 voerden de helft van de bibliotheken met minimaal één schoollocatie voor voortgezet onderwijs in het werkgebied verkennende gesprekken om een samenwerking op te starten (51%). In totaal ging het om 59 bibliotheken die met 142 schoollocaties een samenwerking verkenden. 

Afnemende invloed coronamaatregelen op dienstverlening

De dienstverlening rondom het voortgezet onderwijs werd net als vorig schooljaar ook in 2021-2022 beïnvloed door de coronamaatregelen. Een ruime meerderheid van de bibliotheken bood alternatieve dienstverlening rondom leesbevordering voor leerlingen in het voortgezet onderwijs aan (70%), bijvoorbeeld in de vorm van filmpjes waarin boeken worden gepromoot (29%).

Alternatieve dienstverlening rondom digitale geletterdheid is door aanzienlijk minder bibliotheken opgezet. Van de bibliotheken die met scholen samenwerken rondom digitale geletterdheid boden twee op de vijf alternatieve dienstverlening aan (41%), meestal in de vorm van online informatie voor leerkrachten (18%) en leerlingen (16%). 

Zodra de coronamaatregelen nauwelijks tot geen belemmeringen meer vormden, pakten bibliotheken de draad weer op, en pasten hun dienstverlening op de veranderende omstandigheden aan. Bibliotheken maakten een duidelijke inhaalslag in het aantal samenwerkingen rondom leesbevordering. Meer bibliotheken organiseerden activiteiten zoals schrijversbezoeken en meer bibliotheken woonden sectie- en vakgroepoverleggen bij.

Aanbevelingen vanuit het kernteam voortgezet onderwijs

Het kernteam voortgezet onderwijs heeft bewondering voor het aanpassingsvermogen van bibliotheken tijdens, en na een periode van wisselende coronamaatregelen. Op basis van de bovengenoemde resultaten doet het kernteam enkele aanbevelingen:

  • Onze samenleving digitaliseert razendsnel. In het dagelijks leven van jongeren, zo ook op school zijn digitale media niet meer weg te denken. Bibliotheken kunnen een bijdrage leveren aan de verbetering van digitale vaardigheden van jongeren, alsook het bewust omgaan met digitale technologie en media. Digitale geletterdheid als onderdeel van de samenwerking tussen bibliotheken en scholen is daarom van cruciaal belang. Breng daarom digitale geletterdheid bij scholen onder de aandacht met programma’s en campagnes als Data Detox Kit, de leermiddelengids en de Week van de Mediawijsheid.
  • De personele bezetting in de bibliotheek blijft een aandachtspunt. Bij veel bibliotheken is meer tijd nodig om de samenwerking met het voortgezet onderwijs naar een hoger plan te kunnen tillen; maak ook daarvoor personeelsuren vrij. Als streven hierbij geldt: 125 leerlingen of minder per personeelsuur. Bekostig de dienstverlening met structurele middelen. Draag zorg voor structurele inzet van personeel, duurzame plannen en meerjaren-samenwerkingsovereenkomsten met begrotingen en leg de doelen en activiteiten vast in een lees- en mediaplan.  
  • In de samenwerking tussen het voortgezet onderwijs en bibliotheken worden verschillende typen collecties ingezet. Het is belangrijk om leerlingen van een goede continue informatievoorziening te voorzien. Draag zorg voor permanente beschikbaarheid van een collectie op school. 

Aan de slag met de resultaten

Deze landelijke rapportage biedt diverse aanknopingspunten om het gesprek aan te gaan met de overheden (landelijk, provinciaal en lokaal) en andere samenwerkingspartners. De resultaten van de meting zijn niet alleen beschikbaar via deze rapportage, maar ook via landelijke, provinciale en lokale infographics. Hierin zijn in één oogopslag de cijfers van het eigen werkgebied te zien. Deze infographics kunnen bijvoorbeeld met de bestuurlijke laag en met de subsidiegevers worden besproken. Deelnemende bibliotheken kunnen deze infographics in de portal van de Bibliotheekmonitor downloaden. Voor de tweede keer is de sterrenchecklist per schoollocatie samengesteld, ook in de vorm van een infographic. Met deze infographic wordt inzichtelijk gemaakt op welke vlakken wel of geen samenwerking met de schoollocatie plaatsvindt, en waar mogelijkheden zijn tot groei: een mooie basis om het gesprek op school aan te gaan. De provinciale ondersteuningsinstellingen kunnen helpen met de duiding en presentatie van de schoolresultaten aan scholen en andere stakeholders. De sterrenchecklist infographics zijn per e-mail naar de contactpersonen van de bibliotheken verstuurd.

De landelijke, provinciale en lokale resultaten zijn nader te analyseren via het dashboard Samenwerking Voortgezet onderwijs. Dit dashboard biedt de bibliotheken de mogelijkheid hun individuele resultaten af te zetten tegen de landelijke cijfers, de resultaten van de provincie en bibliotheken van vergelijkbare grootte. 

De Bibliotheekmonitor-resultaten kunnen gebruikt worden als input voor beleidsstukken en jaarverslagen, voor beleidsvorming en -evaluatie, om te benchmarken en voor interne en externe verantwoording, bijvoorbeeld naar de gemeente en andere subsidieverstrekkers en stakeholders.