Informatie voor het bibliotheeknetwerk

Bibliotheken en de samenwerking met het primair onderwijs

  1. Inleiding

Jongeren en basisvaardigheden

Zorgen om leesvaardigheden jongeren 

De afgelopen jaren laten verschillende onderzoeken een dalende leesvaardigheid, leesmotivatie en leesplezier zien. Onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs toont bijvoorbeeld aan dat de leesvaardigheid van leerlingen in het basisonderwijs in 2022 is gedaald ten opzichte van tien jaar geleden. In het speciaal basisonderwijs (sbo) is deze daling nog iets sterker dan in het basisonderwijs (bo). Het minimale niveau dat nodig is om te participeren in de maatschappij wordt behaald door slechts 50% van de leerlingen in het basisonderwijs en 7% van de leerlingen in het speciaal basisonderwijs, terwijl de ambitie is dat 65% van alle leerlingen aan het einde van het primair onderwijs dit niveau haalt (Inspectie van het Onderwijs, 2022b).

Ook uit de internationale onderzoeken PIRLS (onder 10-jarigen) en PISA (onder 15-jarigen) blijken leesvaardigheden onder jongeren af te nemen. Nederlandse tienjarigen hadden in 2021 meer moeite om de leesvaardigheidsniveaus ‘midden’ en ‘hoog’ te halen dan in 2016 (Swart et al., 2023). En een derde (33%) van de Nederlandse vijftienjarigen haalde in 2022 niet het niveau dat nodig is om goed te functioneren op school en in de maatschappij, waardoor zij dreigen laaggeletterd het onderwijs te verlaten. In 2012 ging dit nog om 14% van de vijftienjarigen (Meelissen et al., 2023).

Toenemend belang digitale geletterdheid in gedigitaliseerde samenleving

Onze samenleving digitaliseert razendsnel. In het dagelijks leven van jongeren, zo ook op school, zijn digitale media niet meer weg te denken. In de gedigitaliseerde samenleving is het belangrijk om over vaardigheden te beschikken als kritisch denken, creatief denken, problemen kunnen oplossen, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.[1] 

De Monitors Digitale Geletterdheid 2023 van het ECP | Platform voor de InformatieSamenleving laten echter zien dat er structureel aandacht nodig is voor digitale geletterdheid in het onderwijs. Leerkrachten in het primair onderwijs beoordelen de digitale geletterdheid van hun leerlingen gemiddeld met een 4,7 op een schaal van 0 tot 10. In het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen gemiddeld een 5,0. Het laagst scoren leerlingen op computational thinking, het hoogst op praktische ICT-vaardigheden zoals omgaan met smartphones, tablets en laptops. Daarnaast concluderen deze onderzoeken dat de aandacht voor digitale geletterdheid wisselend en veelal ad hoc is (DUO Onderwijsonderzoek & Advies, 2023b-c).

Ook afnemende beheersing andere basisvaardigheden

Naast leesvaardigheid en digitale geletterdheid neemt de beheersing van andere basisvaardigheden als rekenen/wiskunde en burgerschap ook verder af (Inspectie van het Onderwijs, 2022a). Uit het meest recente PISA-onderzoek blijken bijvoorbeeld de wiskundeprestaties van vijftienjarigen tussen 2018 en 2022 te zijn gedaald – en sinds 2006 was deze daling niet eerder zo sterk (Meelissen et al., 2023). En op het gebied van burgerschap blijkt dat Nederlandse scholieren minder kennis over de democratie hebben dan zes jaar geleden. Ook hebben zij minder kennis dan scholieren in vergelijkbare landen, en bestaan er in het kennisniveau van jongeren grote verschillen tussen scholen, tussen jongeren met ouders met een verschillende opleidingsachtergrond en tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond (Daas et al., 2023).  

Beleidskader

Oproep tot een Leesoffensief

Om de teruggang in de beheersing van de basisvaardigheden tegen te gaan, zijn er verschillende initiatieven geïnitieerd en beleidsmaatregelen genomen. Zo adviseerden de Onderwijsraad en de Raad van Cultuur in 2019 een gecombineerde en preventieve aanpak, waarbij ze opriepen tot een Leesoffensief. Het Leesoffensief wil eraan bijdragen dat zoveel mogelijk kinderen via de bibliotheek toegang krijgen tot boeken en programma’s en activiteiten op school en in de bibliotheek. Ook is het doel om kinderen aan te moedigen om te lezen en om zelf aan de slag te gaan met taal (Van Engelshoven & Slob, 2019). 

Oprichting Kennistafel Effectief Leesonderwijs

In 2019 verscheen ook het actieplan Effectief onderwijs in begrijpend lezen. Hierin beschrijft de Taalunie vijf knelpunten waardoor het niveau van begrijpend lezen is gedaald en worden aanbevelingen gedaan voor een effectieve aanpak van leesbegrip en leesmotivatie (Pereira & Nicolaas, 2019). Daarnaast is in 2020 op initiatief van de PO-raad, de VO-raad en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) de Kennistafel Effectief Leesonderwijs opgericht om kennisuitwisseling tussen onderzoekers, onderwijsexperts van kennisinstituten en professionals uit de praktijk te stimuleren (Scheltinga et al., 2021). 

Vervolgaanpak Laaggeletterdheid 2020-2024

Tussen 2020 en 2024 wordt de Vervolgaanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 uitgevoerd als onderdeel van het programma Tel mee met Taal. Hierbinnen blijft leesbevordering bij kinderen een belangrijk onderdeel van het bestrijden en voorkomen van laaggeletterdheid. In deze aanpak heeft de Rijksoverheid extra geld uitgetrokken om ouders te bereiken die moeite hebben met taal (Van Engelshoven et al., 2019).

Nationaal Programma Onderwijs

De coronaperiode, waarin jongeren minder naar school konden, heeft onderwijsvertraging veroorzaakt. Daarom is in 2021 het Nationaal Programma Onderwijs gestart in de hoop deze vertraging te ondervangen. Het ministerie van OCW stelt hiervoor in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 een bedrag van in totaal 5,8 miljard euro beschikbaar voor het primair en het voortgezet onderwijs en voor gemeenten (OCW, 2021).

Masterplan Basisvaardigheden

Het kabinet wil samen met het onderwijsveld ervoor zorgen dat de basisvaardigheden van leerlingen verbeteren. In het regeerakkoord 2022 werd daarom een ‘Masterplan basisvaardigheden’ aangekondigd. In mei 2022 zijn de hoofdlijnen van dit masterplan gepresenteerd. Met dit plan investeert het kabinet structureel 1 miljard euro op jaarbasis om de basisvaardigheden van leerlingen in het onderwijs te versterken. Voor scholen die aan de slag willen met het verbeteren van de basisvaardigheden, komt op korte en langere termijn ondersteuning beschikbaar. Zo konden scholen tot oktober 2022 subsidie aanvragen voor het inzetten van effectieve interventies, die zijn gericht op het verbeteren van de resultaten op de basisvaardigheden (VO-raad, 2022). In maart 2023 is een nieuwe subsidieregeling voor de verbetering van basisvaardigheden opengesteld. Ambitie is om de financiële middelen te verdelen onder de scholen die dat het meest nodig hebben. De toekenning van de subsidie vindt daarom bij de nieuwe regeling niet langer plaats op basis van een loting, maar op basis van de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden (Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen, 2023; VO-raad, 2023). 

Aanvullend op de subsidie kunnen scholen een beroep doen op een basisteam. De basisteams zijn een belangrijk onderdeel van het Masterplan basisvaardigheden. Deze bestaan vooral uit publieke partijen, zoals bibliotheken. Het basisteam adviseert en helpt de school bij het maken van een plan om de basisvaardigheden te verbeteren. Ook ondersteunt een basisteam de school bij de uitvoering en verantwoording van het plan (Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen, 2023).

Eind 2023 werd bekend dat er vanuit het Masterplan basisvaardigheden 74 miljoen euro beschikbaar komt voor BoekStart en de Bibliotheek op school. Met het geld kunnen de komende drie jaar 1.800 kinderdagverblijven en scholen in het primair onderwijs, het vmbo, het praktijkonderwijs en het beroepsonderwijs voor het eerst gaan samenwerken met de bibliotheek via BoekStart en de Bibliotheek op school. Daarnaast kunnen ruim 6.000 kinderopvanglocaties en scholen hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uitbouwen (KB, 2023).

Herziening curriculum

Op dit moment wordt het onderwijscurriculum vernieuwd. De kerndoelen van de vakken Nederlands, rekenen-wiskunde en diverse andere vakken worden vernieuwd (Rijksoverheid, z.j.), en er worden nieuwe kerndoelen ontwikkeld voor burgerschap en digitale geletterdheid. Deze zullen begin maart 2024 beschikbaar zijn (SLO, 2023). In de nieuwe conceptkerndoelen van het schoolvak Nederlands – die in september 2023 zijn voorgelegd aan het ministerie van OCW – hebben leesbevordering, leesmotivatie en leeservaring een plek gekregen (Prenger & Pleumeekers, 2023).

De rol van bibliotheken

Samenwerking tussen scholen en bibliotheken

Om de dalende trend in leesvaardigheid te keren zijn er veranderingen nodig in het leesonderwijs op scholen, én in het leesgedrag van de kinderen thuis. Kinderen die veel lezen in de vrije tijd hebben profijt van regelmatig lezen; zij hebben een hogere leesvaardigheid (Inspectie van het Onderwijs, 2022b). Een groeiende leesvaardigheid geeft een gevoel van competentie en helpt de leesmotivatie in stand te houden. Daardoor blijven kinderen lezen en hebben ze daar steeds meer profijt van (Mol, 2022). Zie ook de Leesmonitor voor meer informatie over vrij lezen.

De bibliotheek is vanaf de vroegste jeugd een essentiële partner bij het stimuleren van het lezen. De scholen bieden leesonderwijs dat ervoor zorgt dat kinderen goed leren lezen en besteden aandacht aan leesmotivatie. De bibliotheek ondersteunt zowel kinderen als leerkrachten hierbij door hen wegwijs te maken in de wereld van boeken, en door ondersteuning te bieden bij het vormen van het leesbeleid op scholen. Ook ondersteunt de bibliotheek bij het realiseren van een schoolbibliotheek. Om de leescultuur thuis te bevorderen is het belangrijk dat de boeken op school mee mogen naar huis. Kinderen die thuis de beschikking hebben over een breed en gevarieerd aanbod aan boeken, presteren namelijk beter op school (Notten, 2012), en zijn bovendien leesvaardiger. De samenwerking tussen basisscholen en bibliotheken is dus van groot belang om kinderen een extra impuls te geven rondom lezen zowel binnen als buiten het klaslokaal. 

Programma’s rondom leesbevordering

Leesbevordering doen bibliotheken op grond van de algemene wettelijke bibliotheektaken en de afspraken vastgelegd in het Bibliotheekconvenant 2020-2023, maar ook via speciale programma’s. Als onderdeel van het programma Kunst van Lezen hebben Stichting Lezen en de KB de programma’s BoekStart en de Bibliotheek op school praktisch verbonden aan De doorgaande leeslijn. Deze aanpak begint met BoekStart, in de vorm van het BoekStartkoffertje, BoekStart in de kinderopvang en de BoekStartcoach. Kinderen en leerkrachten worden vervolgens middels de Bibliotheek op school voorzien in vormen van leesbevordering voor primair, voortgezet en beroepsonderwijs (Van Montfoort & Wassing, 2020). Deze programma’s rondom leesbevordering zijn bewezen effectief: ze vergroten de leesmotivatie van kinderen, zodat zij vaker gaan lezen en meer plezier krijgen in lezen en vaardiger worden in lezen (Stichting Lezen, 2023). Onderzoekers stellen daarom vast dat de duurzame verankering van deze programma’s als de Bibliotheek op school van belang is. In de aangenomen motie Mohandis verzoekt de Tweede Kamer de regering ‘te komen tot een meerjarige toekomstvisie en te onderzoeken op welke wijze de «bibliotheek op school» als concept duurzaam verankerd kan worden en welke financiële en juridische voorwaarden daarvoor benodigd zijn’. KWINK groep heeft hiernaar onderzoek gedaan en noemt in het rapport verschillende mogelijkheden voor juridische vastlegging van de Bibliotheek op school en een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om te kunnen spreken van een duurzame verankering van de Bibliotheek op school (Mulder et al., 2023). 

Programma’s rondom digitale geletterdheid

De openbare bibliotheek is daarnaast één van de partijen die samen met het onderwijs van jongs af aan investeert in digitale geletterdheid. Dit om te voorkomen dat opgroeiende kinderen als volwassenen niet mee kunnen doen met en niet profiteren van digitalisering (KB et al., 2020). Het landelijke programma Digitale geletterdheid jeugd is ingericht om jongeren van 0 tot 18 jaar digitaal vaardiger en mediawijzer te maken. Door mee te doen met landelijke campagnes als Media Ukkie Dagen, Week van de Mediawijsheid, Safer Internet Day en MediaMasters brengen bibliotheken digitale geletterdheid bij de jeugd, ouders en professionals breder onder de aandacht. 

Netwerken

Rondom leesbevordering en digitale geletterdheid werken bibliotheken niet alleen met scholen samen. Lokale en landelijke netwerken zijn van groot belang om partijen op het terrein van leesbevordering, digitale geletterdheid en onderwijs samen te brengen, met de lokale bibliotheek als spil en aanvoerder van het netwerk. 

Met de programmalijn rondom de gezinsaanpak bijvoorbeeld zet Kunst van Lezen zich in voor leesbevorderingsactiviteiten voor taalarme gezinnen. Hierbij komt de verbinding tussen preventie en curatie van laaggeletterdheid de komende jaren centraler te staan en wordt de rol van gemeenten groter; zij gaan naar verwachting eind 2024 de regie voeren over de aanpak van laaggeletterdheid (Van Montfoort & Wassing, 2020). Om gemeenten voor te bereiden op de regierol van de gezinsaanpak besloot het ministerie van OCW dat er een aanpak voor gemeenten moest worden ontwikkeld. Stichting Lezen, de KB en Stichting Lezen en Schrijven ontwikkelden een stappenplan voor het project Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid. Het stappenplan geeft gemeenten concrete handvatten om de gezinsaanpak vorm te geven en hierop regie te voeren. Daarnaast hebben Rijnbrink, De Voorleeshoek, SPN, Stichting Lezen en de KB de handen ineengeslagen met openbare bibliotheken voor het ontwikkelproject ‘Leesbevordering in meertalige gezinnen’. In 2023 is een pilot afgerond met 10 bibliotheken die via de thuistaal de leesopvoeding in meertalige gezinnen willen helpen versterken. De pilot draagt bij aan de maatschappelijke opgave van een geletterde samenleving (KB, 2022).

Een belangrijk netwerk dat bibliotheken kunnen gebruiken op het terrein van digitale geletterdheid is Netwerk Mediawijsheid. Dit is een landelijk netwerk met als kernpartners Beeld & Geluid, Kennisnet, ECP en de KB en daarnaast duizend kleinere partners. Samen werken zij aan een Nederland waarin iedereen mediawijs is – of bezig is dat te worden.

Achtergrond onderzoek

Sinds 2015 voert de KB onderzoek uit naar de samenwerking tussen openbare bibliotheken en het primair onderwijs. In 2015 is met deze enquête voor het eerst de stand van zaken geïnventariseerd. In lijn met de ontwikkeling van de programma’s van Kunst van Lezen is de vragenlijst in de daarop volgende metingen jaarlijks geoptimaliseerd. 

In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen over de dienstverlening van bibliotheken in het schooljaar 2022-2023 gepresenteerd. Deze resultaten hebben tenzij anders vermeld betrekking op 133 van de 134 benaderde (basis)bibliotheken, een respons van 99%. Hoewel de bibliotheken onderling sterk van omvang en karakter verschillen, kunnen op hoofdniveau uitspraken voor de totale populatie worden gedaan. 

De resultaten van de meting over het schooljaar 2022-2023 worden in deze rapportage grafisch weergegeven. Interessante verschillen en overeenkomsten met voorgaande (school)jaren en tussen diverse typen bibliotheken, gebaseerd op het aantal inwoners in het werkgebied van de bibliotheek, worden waar mogelijk tekstueel benoemd of grafisch gepresenteerd.

Afbakening primair onderwijs

In deze rapportage worden de resultaten voor het totale primair onderwijs gepresenteerd: het basisonderwijs (bo), het speciaal basisonderwijs (sbo) en het speciaal onderwijs. Hiervoor wordt de volgende indeling van het ministerie van OCW gehanteerd. 

In Nederland valt het primair onderwijs uiteen in vier typen: 

  • Basisonderwijs (bo), voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar;
  • Speciaal basisonderwijs (sbo), voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar voor wie orthopedagogische en orthodidactische hulp nodig is en die daarom op een speciale school basisonderwijs moeten volgen;
  • Speciaal onderwijs (so), voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar met een handicap, stoornis of ziekte, die speciale zorg nodig hebben;
  • Voortgezet speciaal onderwijs (vso), voor kinderen van 12 tot en met 20 jaar met een handicap, stoornis of ziekte, die speciale zorg nodig hebben. Volgens het ministerie van OCW telt deze groep mee als deelnemer aan het primair onderwijs. Qua leeftijd valt deze categorie echter niet binnen het primair onderwijs als doelgroep van de bibliotheek. Deze is daarom niet als doelgroep in deze rapportage meegenomen, maar in de rapportage over de samenwerking met het voortgezet onderwijs.[2]

 

[1]  Het denkproces waarmee problemen en hun oplossingen zo worden geformuleerd dat ze kunnen worden gepresenteerd in een vorm die effectief kan worden uitgevoerd door een informatie verwerkende tussenpersoon, zoals een computer of een mens, of een combinatie van beide (Wing, 2011).

[2] Een deel van de locaties voor speciaal onderwijs biedt zowel primair als voortgezet onderwijs aan. Deze locaties zijn zowel in de rapportage voortgezet onderwijs als rapportage primair onderwijs meegenomen.